Preek op aswoensdag door het jaar A

(reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week


Homilie op aswoensdag door het jaar A,
A99QASW.wpf, Woensdag 17 februari 1999.
Bartholomeuskerk Poeldijk
Pastoor Michel Hagen. A.M.D.G.

E.L:  Joël 2, 12-18
T.L:  2 Kor. 5, 20-6,2
EV:   Mt. 6, 1-6. 16-18

HOMILIE

De clown. We hebben er heel wat gezien de afgelopen dagen, hier in Poeldijk, in de Leuningjes, op de televisie, in Nederland, in Duitsland. De clown is nog niet zo oud, eerst had je de hofnar en de harlekijk. Pas later kwam de clown met zijn geschminkte gezicht, met de brede lach over zijn gezicht, het zonnetje op zijn wang, de rood met witte schmink, de te grote schoenen, de slobberkleding en de potsierlijke hoed.

U kent natuurlijk ook de verhalen van de droeve clown, de paljas, de man die anderen aan het lachen brengt maar zelf door verdriet verscheurd wordt. Dan moet de geschminkte lach de mistroostige trek om de mond verbergen, het zonnetje op de wang haalt de droeve blik uit de ogen, de grappen en grollen maskeren het eigen verdriet. Zijn wij soms allemaal niet een beetje de clown, de harlekijn, de hofnar, de paljas?

Carnaval is afgelopen, de dagen waarin we ons verkleden, vrolijk zijn en uitleven, waarin we de zorgen van alledag van ons afzetten, vandaag is het aswoensdag; de veertigdagentijd begint. Vanavond dus een korte bezinning op wat die veertigdagentijd eigenlijk is en wat dat askruisje daarbij betekent.

De Joden kenden nog het gebruik van het in zak en as zitten, wij kennen het alleen nog als een oude uitdrukking. In zak en as zitten, dat is alle geneugten van het leven afleggen omdat iets droevigs je heeft getroffen. Een tijd van rouw, waarin alle vrolijkheid ongepast is geworden.

Toch is dat niet onze veertigdagentijd. De veertigdagentijd is niet louter een rouwtijd, het is een tijd van bezinning, van herstel, een tijd waarin je de maskers aflegt en bezig bent met de dingen die werkelijk belangrijk zijn.

De maskers af, de schmink af, alles waardoor we onszelf anders voordoen dan we zijn. Wat zijn we eigenlijk, stof en as, mensen die een aantal jaren leven op deze aardbodem, mensen die veel goede dingen willen, maar toch al te vaak tekortschieten. Wat zijn wij? Wat blijft er over als we onze status kwijt zijn, als de uniformen of de mooie kleren, de versierselen en de hoeden worden afgelegd?

de veertigdagentijd wordt vanouds een vastentijd genoemd, maar dan denken we al te snel aan niet eten of drinken, aan soberheid of onthechting en dat is prima, dat helpt, maar het gaat in de eerste plaats erom dat we de tijd nemen om onszelf terug te vinden.

De veertigdagentijd zou je een soort jaarlijkse retraite kunnen noemen voor iedereen. Je gaat niet naar een klooster (dat is wel heel goed, maar hoeft niet), toch neem je wat afstand van de wereld waarin je leeft. Je maakt tijd voor meer stilte, voor bezinning om jezelf terug te vinden.

Jezelf terugvinden achter het masker, achter de lach van de clown, achter het geschminkte zonnetje, jezelf in deze de werklijkheid met open visier tegemoet treden. Dat zou egocentrisch en zelfs egoïstisch kunnen klinken, een soort navelstaren, waarbij alles om jezelf draait. En dat is het nu precies niet. De veertigdagentijd is een tijd om je te bezinnen op wie jij echt bent en dan komt God om de hoek kijken.

Jezus houdt ons voor dat wij als mens alleen zullen ontdekken wie wij zijn, als we God als Vader aanvaarden. Als we God de ruimte geven, als we ons door God laten onderwijzen.

De meeste maskers zijn stoere maskers, sterke maskers, maskers waarmee we aanzien krijgen. Maar als we ze afleggen, komen er kleine en kwetsbare mensen tevoorschijn, mensen die twijfelen, die het veel minder zeker weten dan ze doen lijken. God roept ons op om de mens die daarachter verborgen zit naar boven te halen, naar voren te halen, want daarin zit jijzelf verscholen.

Welke mens is dat? Volgens Jezus zit daar de mens die medelijden heeft met iemand die in de ellende zit, die bescheiden blijft als hij of zij iets goeds heeft gedaan, die niet te koop loopt met zijn of haar goede daden.

Daartoe nodigt de veertigdagentijd ons uit; om op zoek te gaan naar die mens in ons die durft te geloven ook al weet ons verstand het niet zeker, die de twijfel voorbijgaat omdat hij durft te vertrouwen.

Straks gaat de steek af (bij de Raad van Elf), we ontvangen een kruisje op het voorhoofd of op het haar. We worden ons bewust dat niemand van ons méér is dan de ander. Dat we allemaal stof zijn, mensen die tijdelijk bestaan. Dat maakt ons nuchter en bescheiden. Dit gebaar maakt duidelijk dat we deze tijd weer serieus in willen gaan. De maskers gaan af, de clown is afgeschminkt, we willen weer meer tot onszelf en de naaste komen en vragen God om ons te helpen. Amen.


Terug naar homepage