Preek op de eerste zondag van de veertigdagentijd

door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week


Homilie op de eerste zondag van de veertigdagentijd door het jaar A,
A99QDR01.wpf, za/zo 20/21 februari 1999.
In de parochiekerk van de H. Bartholomeus te Poeldijk.
Door: drs. Paul van der Harst

Zaterdag: Jongerenkoor / viering o.l.v. parochianen. Overweging Jan van Paassen
Zondag:   Themaviering presentatie M.O.V. project Brazilië. Zang: Muzikaal ensemble Agrupation Cantaré

Za/zo:  E.L:  Gen. 2, 7-9. 3, 1-7
           EV:   Mt. 4, 1-11

HOMILIE

Wat is er nou op tegen om voor je eten te zorgen als je bijna sterft van de  honger. Wat is er nu op tegen om te stunten als je aandacht wil vragen voor je  zaak. Wat is er nu op tegen de macht naar je toe te trekken als je daarmee de  dingen kunt verwezenlijken die je al zo lang najaagt.

Lieve mensen van God. Jezus staat aan het begin van zijn verhaal met zijn  volk. Hij heeft net de doop ondergaan. De doop door het water, de doop door de  profeet Johannes. En toen hij door dat water ging was het weer even of het volk  door de rode zee ging. Door de doop, door het water werd Jezus een met zijn  volk, op de vlucht voor de Farao's van deze wereld, een met zijn volk, het door God geredde en geleide volk. Een volk dat geen gemakkelijke weg gaat. Uit de  slavernij weg trekken, uit de verslaving je losrukken, dat kost je de grootste  moeite. Om vrij te leven moet je de vleespotten achter je laten en solidair  leven, veertig jaren lang in de woestenij. Door de doop verbindt Jezus zich met  de profeet Johannes aan die tocht. En daarom is hij nu in de woestijn. Veertig  dagen en veertig nachten, net als het volk. En net als zijn volk komt Jezus voor  de vraag te staan welke weg hij zal gaan. Zal hij de weg gaan van zijn eigen  plannen, de weg gaan van het eigen inzicht, de weg van de berekening of zal hij  de weg gaan helemaal als kind van God. Als een kind dat zijn ouders vertrouwt, als een kind dat de hand van zijn moeder vasthoudt, als een kind dat op de  schoot van zijn vader kruipt. Een kind vol vertrouwen, een kind vol geloof, hoop  en liefde, een kind dat weet dat uiteindelijk de Barmhartige ons niet in de  steek laat, ook al zit alles tegen. Een kind dat luistert naar de goddelijke  stem.

Maar in het verhaal hoort Jezus ook een andere stem. De stem van de  tegenstrever. De stem die zegt dat je voor je zelf op moet komen, omdat niemand  anders dat voor je doet. De stem die zegt dat je alleen op de wereld bent en dat  het doel de middelen heiligt. De tegenstrever, de satan die zo verdraaid goed weet wat mensen graag willen. Mensen willen 'altijd prijs', koste wat kost. Ze  zijn net als water, ze gaan de gemakkelijkste weg, ze vertrouwen op de grootste  mond, de gladde praat en de spierballen. De satan weet dat en hij grijpt Jezus er mee aan. Is hij een kind van God, Gods zoon of is hij een mens die zichzelf wil redden. Wordt hij de redder van de armen of wordt hij de redder van  zichzelf. Stelt hij zijn leven in dienst van de ander, of staat hij zelf centraal. In de tijd van het lijden zullen we de omstanders bij het kruis hem daarom horen bespotten en zij zullen net als de satan in de woestijn naar hem roepen, Red jezelf, als je Gods Zoon bent, kom dan van dat kruis af. En de  schriftgeleerden en oudsten zeiden toen ook spottend: 'Anderen heeft hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden. Hij stelt vertrouwen in God; laat die hem  bevrijden, als hij van hem houdt (mt. 27 40 ev).

Jezus gaat de woestijn van het mensenleven en van het lijden om gerechtigheid helemaal door. Hij graait niet naar het brood, corrumpeert niet met goedkope  truuks en verschuilt zich niet in de macht. Hij is een naakte en deemoedige zoon  van God. De satan, de tegenstrever ziet dat in. Tegen deze mens kan hij niet op.

Maar, de tegenstrever houdt zich niet stil. Hij probeert het nu met mij, met  u, met ons. Hij fluistert: waarom zou je danken voor je eten, je hebt er toch  zelf voor gewerkt; waarom zou je delen, neem het er goed van, de rest zorgt ook voor zichzelf; man gebruik je ellebogen, anders kom je nog achterop bij die  lummel die niet deugt; slijm toch wat, pak ze in, maak gebruik van een ander, iedereen doet dat toch. Loop toch voorbij aan de nood van een ander, het is jouw  schuld toch niet.

In de woestijn van het leven, als we helemaal op onszelf zijn teruggeworpen, dan komt de twijfel en is het de vraag: met wie gaan we verder: met de duivel naar de vleespotten of met de Barmhartige naar het land van de belofte.

Omdat wij twijfelende mensen zijn is het goed dat we hier in het huis van God door de MOV-groep in de vastentijd herrinnerd worden aan wat er in de wereld  gaande is. Het is goed dat we hier in staat gesteld worden iets te horen van de  strijd van andere mensen. Het is goed dat door de aktie voor recht van Indianen  de stem van de tegenstrever uit ons hoofd wordt verjaagd.

Wij zijn vandaag hier bijeen om ons te herinneren dat het niet gaat om het  redden van onszelf maar dat we als volgelingen van Jezus anderen mogen helpen  redden. Zoals nu de oorsponkelijke bewoners van Brazilië, de indianen. Mensen die eeuwenlang zijn weggeduwd van hun eigen woonplaats, weggeduwd van hun  eigen taal, weggeduwd van hun eigen naam. Indianen die nu eindelijk de laatste tien jaar wettelijk het recht beginnen te krijgen om hun woongronden te bezitten. Eindelijk hun kinderen in hun eigen taal mogen onderwijzen. Die eindelijk kunnen werken aan de organisatie van hun volken. In deze parochie gaan we deze vastentijd niet aan deze mensen voorbij. We staan samen sterk tegen de stroom van egoïsme in. We staan dwars op de verleidingen van een al te  gemakkelijk leventje.

En we bidden, leidt ons niet in bekoring maar verlos ons van de tegenstrever en laat onze inzet voor kleingehouden mensen vol overgave zijn, vasthoudend en tot eer van de Barmhartige God die we leerden kennen door Jezus in de woestijn, zijn zoon. Amen.


Terug naar homepage