Homilie tijdens de  Eucharistieviering 
op de tweede zondag van Pasen 
(Beloken Pasen)
jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week


Homilie op de tweede zondag van Pasen (Beloken Pasen), jaar A,
A99QZP02.wpf, za/zo 10/11 april 1999.
In de parochiekerk van de H. Bartholomeus te Poeldijk.
Pastoor Michel Hagen. A.M.D.G.

Thema:  De Zoon cyclus - sacramenten - Boete en Verzoening

Za/zo:   E.L:    Hand:  2, 42-47.
            EV:    Jo. 20, 19-31

HOMILIE

Een preek over Boete en Verzoening!? Ter afsluiting van het Paasfeest!? De feestvreugde klinkt nog na en dan gaan we het over de biecht hebben!? Nou, pastoor, had dat niet beter een andere keer gekund. We hebben toch voor Pasen nog een Boeteviering gehad.

Boete en Verzoening, van die zware woorden. Mensen associëren het spontaan met een biechtstoel, in het donker, met een traliehekje, met het zinloos opdreunen van een uit het hoofd geleerd rijtje. (Sommigen biechtelingen namen ook een klein geldbedrag mee voor de kapelaan of de pastoor, dat was tegen de regels, maar men had het zo geleerd; het was gewoonte.) De meesten waren blij dat de biecht in onbruik geraakt was, dat het allemaal niet meer hoefde. Daarom wil ik het eerst over iets anders hebben, boete en verzoening komen dan straks wel weer terug.

Mooi hè, die eerste lezing over de Jonge Kerk, over de eerste Christenen; het staat er bijna idyllisch. Ze bezaten alles gemeenschappelijk, verdeelden hun bezit naar ieders behoeften, bezochten trouw en eensgezind de tempel, braken het Brood in een of ander huis, hielden maaltijd, blij en eenvoudig, loofden God en stonden bij heel het volk in de gunst. Wat wil je nog meer. Dat is toch paradijselijk. En ze hadden nog succes ook want elke dag kwamen er meer bij.

Maar klinkt het niet een beetje naar wat mensen soms zeggen: ach vandaag de dag is het allemaal maar niets meer; vroeger was het beter, vroeger waren de mensen aardiger, gingen ze respectvoller met elkaar om, vroeger geloofden ze beter en waren de mensen eerlijker, toen kon je je fiets gewoon buiten laten staan en was er niet zoveel geweld, vroeger hadden mensen nog tijd voor elkaar. En-zo-voort. Je zou bijna denken dat het waar is, dat het vroeger allemaal beter was. Daar lijkt die eerste lezing op, een mooi plaatje over vroeger, net als het scheppingsverhaal, dat mooie begin met de eerste mens, met Adam en Eva, die paradijselijke tuin waar het goed leven was, die idylle die zo wreed verstoord werd.

Maar is dat wel waar? Was het toen allemaal beter? Is het niet dat wat je vaker ziet, wanneer een groep vol enthousiasme ergens aan begint, vol vuur, gelijkgestemd, ja, dan lukt het wel, een jong stel aan het begin van het huwelijk, een jong bedrijf, een nieuwe school, een jonge parochie. Meestal komen de problemen pas later, als het eerste vuur over is, als de karakters gaan botsen, als er meer belangen in het spel zijn, dan wordt het ineens lastiger.

Hoe was dat toen bij die eerste Christenen? Voor die vraag moeten we eerst nog een stap verder terug, naar het Evangelie. Daarin is de oerervaring opgeschreven, de grote verandering in geloof en denken van het eerste begin. őOp de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats gesloten waren uit vrees voor de Judeeërs, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: „vrede zij uš.‚ De dode Jezus verschijnt levend en wel aan zijn leerlingen. Heel de reactie van Tomas is één grote illustratie dat Jezus werkelijk leeft, dat Hij dezelfde is die aan het kruis hing, je kunt zijn wonden nog voelen, dat Hij toch echt leeft, je kunt Hem aanraken, dat Hij dezelfde is, maar toch anders. Hij is aanwezig terwijl de deuren dicht zijn. Hij komt en gaat zonder belemmeringen. Die oerervaring heeft hen enthousiast gemaakt, heeft de angst voor de dood overwonnen. Zo heeft Hij hen begeesterd om mee te bouwen aan dat rijk van Vrede dat Hij heeft verkondigd.

Was het dan toch inderdaad zo‚n vredig paradijs bij die eerste Christenen? Ja, in zekere zin wel, maar dat ging niet vanzelf. Er was inderdaad een fantastische tijd aan het begin, daar zijn de woorden in de eerste lezing helder over, maar dat kwam mede doordat zij nog zo dicht bij die ervaring van de levende Jezus stonden. Zij hadden zijn voorbeeld nog helder voor ogen en spanden zich tot het uiterste in om zelf ook zo te leven, om zijn vrede in het hart te bewaren, om echt Kind van God te zijn, zo goed als Jezus, zo goed als God.

Hoe lukte dat? Één ding zou ik willen noemen waardoor de eerste Christenen erin slaagden om in hun gemeenschap echte vrede te bewaren, die diepe vrede die je leven kan dragen? Één ding waarin geloof, hoop en liefde bij elkaar komen; het is datgene waarover Jezus in het Evangelie spreekt. Als Hij over de vrede spreekt, noemt Hij in één adem ook iets anders, ik lees het u voor: őNogmaals zei Jezus tot hen: „Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik uš. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: „Ontvang de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergevenš.‚

Die twee: Vrede en Vergeving, koppelt Jezus aan elkaar. Geen vrede zonder vergeving. Geen vrede tussen mensen zonder vergeving. Geen vrede tussen landen zonder vergeving. Geen vrede tussen de mens en God, zonder vergeving. De dagelijkse vergeving in de gezinnen, tussen ouders en kinderen, tussen man en vrouw, tussen kinderen onderling is nodig voor de meest fundamentele vrede. Jezus koppelt de vrede aan de opdracht om de zonden te vergeven.

En dat brengt ons terug bij het Sacrament van Boete en Verzoening. Jezus geeft zijn leerlingen hier een opdracht: „Ontvang de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergevenš. Die opdracht geeft Hij aan zijn apostelen, die hebben het doorgegeven aan de bisschoppen en priesters en nog steeds geeft de Kerk dat door. Jezus geeft het sacrament van Boete en Verzoening aan ons als de kroon op zijn werk. Jullie mogen namens Mij de zonden vergeven. En weet dat als je dat in mijn Naam doet, ze ook echt vergeven zijn. Dit is het hart van ons geloof, zoals we het ook horen in iedere Mis: ő ..... dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden‚. Jezus biedt de wereld vergiffenis van zonden aan, iedere mens die spijt heeft, die berouw toont, krijgt van Hem vergiffenis en aan zijn apostelen en hun opvolgers heeft Hij de dienst van verzoening tot opdracht gemaakt.

Maar echte vergeving, echte verzoening is moeilijk. Waarom kijken mensen elkaar soms niet meer aan? Waarom vallen families uit elkaar? Waarom is er steeds oorlog? In Servië kunnen ze een eeuwenoude wrok niet vergeven. Zodra er iets gebeurt komt de pijn uit het verleden omhoog, met de pijn de ergernis, met de ergernis de wraakgevoelens en de neiging om het de ander betaald te zetten. Echte vergeving is moeilijk, ook binnen gezinnen, binnen huwelijken, en in zoveel andere verbanden waar mensen bij elkaar zijn.

Moet ik nu nog iets zeggen over het sacrament van boete en verzoening? God biedt ons zijn vergeving in een mateloze overvloed. Daarvan is het sacrament van de biecht een weergaloze uiting. Tegelijk is de consequentie even belangrijk. God vergeeft ons en vraagt dat ook wij de naaste vergeven die ons tekort doet. En echte vergeving betekent dat wij de pijn zelf dragen en niet op de ander terugwentelen. Zo is meteen duidelijk waarom Jezus het kruis heeft gedragen, het kwaad heeft verduurd en niet op de daders heeft teruggewenteld. Heel zijn leven, zijn Evangelie is één voorbeeld en oproep tot vergeving.

Het kost veel, ja, maar het loon is ook onnoemelijk groot, want vergeving brengt vrede. God is begonnen met vergeving. Als wij elkaar vergeven gaan wij op God lijken, groeien we tot ongekende hoogte. Het sacrament van boete en verzoening is deel van de Paasvreugde en de vrucht ervan is „echte vredeš. Die vrede wens ik u en heel de wereld. Amen.


Terug naar homepage