Homilie op de vierentwintigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week


Preek op Ziekenzondag

Preek op de vierentwintigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ24.wpf.
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op zaterdag 11 september 1999. Weekend van Ziekenzondag. A.M.D.G.
Zaterdagavond: Cantor. Thema: Zonder maat.

EL: Eccl. 27,30 - 28,7
EV: Mt. 18, 21-35

HOMILIE

Verleden week hoorden we Jezus zeggen: „Wijs elkaar terecht! Maar doe het onder vier ogenš. Doe het liefdevol. Wij zijn mede verantwoordelijk voor de levensweg van onze naaste. Zoals God ons de rechte weg wijst, zo vraagt Hij ons dat wij de ander te hulp schieten, in liefde elkaar helpend de weg van Jezus, de weg van de liefde te blijven volgen.

Vandaag het vervolg. Want wat doe je nu, als je iemand voorzichtig ergens op gewezen heb. Je hebt de eerste hand uitgestoken. Je hebt een ruimhartig gebaar gemaakt. Maar een week later gebeurt hetzelfde. Vul het maar in. Iemand spreekt kwaad over jou. Een familielid, eigen of aangetrouwd, een collega, een bedrijf waar je mee werkt. Ze halen je naam door het slijk. Maar er zijn ook andere voorbeelden in de privé sfeer. Het klonk zo beloftevol: Ja, beloofd, het komt niet meer voor. Sorry, echt waar, daar kan je op rekenen.

Een week later, een maand later, een jaar later is het hetzelfde. Word je daar dan niet heel erg moe van? Houd je geduld dan niet ergens op. Moet je dan maar over je laten lopen?

Het is uit het leven gegrepen. „Heerš, zei Petrus, „als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?š Dat is niet niks? Wat Petrus daar aanbiedt. Een week lang geduld. Alle dagen van de week? Dat is al meer dan sommigen kunnen opbrengen. Één verkeerd woord en ze kijken elkaar een week niet aan. Één ruzie rond een begrafenis en ze kijken elkaar een leven lang niet meer aan. Één frustratie in de jeugd en ze keren het ouderlijk huis de rug toe. Één opstandige periode, en ze zetten zoonlief met spullen en al buiten. Petrus is bereid tot zeven keer te gaan.

Nee, zegt Jezus, niet tot zevenmaal toe. Vermenigvuldig die week maar met een gemiddelde levensduur van zeventig jaar. Zeventig maal zevenmaal of maak er zevenenzeventig van. Al de jaren van je leven, al de dagen van de week. Dat is: dag in dag uit vergeven. Ga er maar aan staan.

Is Jezus nu zo naïef? Dan vraag je toch om moeilijkheden? Dan laat je toch over je lopen, dan nemen ze je toch niet meer serieus. Moet je alsmaar zeggen: OK, zand erover, ik reken het je niet meer aan, het is vergeven. Moet je dat zomaar zeggen?

Het Evangelie is daar een beetje mysterieus in. Petrus begon zo: őHeer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? In het evangelie volgens Lucas, geeft Jezus nog een duidelijkere toelichting: „Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping; toont hij dan spijt, vergeef het hem. Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zeven maal ook wendt hij zich tot u met de woorden: Het spijt me, dan moet ge hem vergevenš.

Hier lijkt het erop dat we mogen wachten tot de ander zegt: „Het spijt meš. Maar in de praktijk gaat Jezus Zelf veel verder. Als Hij aan het kruis hangt, bidt Hij voor zijn vijanden, voor hen die Hem vervolgden, Hem lieten geselen en aan het kruis lieten nagelen. Hij heeft gebeden voor hen die Hem vals hadden beschuldigd en anderen tegen Hem hadden opgestookt. „Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.š De Farizeeën zeiden niet eerst, sorry Jezus, zo hadden we het niet bedoeld. De schriftgeleerden zeiden niet: Het spijt me. Net zo min als Pilatus, Herodes of de hogepriester. Zonder dat ze om vergeving vragen, biedt Jezus het aan en bidt voor hen tot zijn hemelse Vader.

Onze praktijk zal dus daar ergens tussenin moeten zitten. Jezus nodigt ons uit tot de basishouding die Hij Zelf aan het kruis toonde. Bereid zijn tot vergeving en die vergeving reeds in het gebed aanbieden. Voorbidder, voorspreker zijn voor hen die jou vervolgen. Dan volg je de goddelijke liefde. Dan leef je op het niveau van Jezus, van God Zelf.

Daarnaast is het goed om Jezus niet alleen in zijn liefde te volgen, maar ook in zijn wijsheid. Als iemand tegen jou zegt: het spijt me. Dan moet je hem vergeven. Jezus gebruikt hier het woord moeten, zoals Hij het vaker gebruikt. Dat betekent dat dit voor zijn Koninkrijk niet iets vrijblijvends is. Het is een noodzakelijke voorwaarde om met Hem in Gods Koninkrijk te leven. Je zult nooit de vrede en vreugde die eigen is aan Gods Rijk, in het hart ervaren als je ook niet de vergevende liefde tot bloei laat komen die voorwaarde is voor Gods Koninkrijk.

Vergeving als absolute voorwaarde, een goddelijk moeten. Dat is nog wat meer dan, je moet je tanden poetsen, je moet naar school of je moet je huiswerk maken. Dit andere moeten is van levensbelang voor een leven met God.

Vergeving in het weekend van Ziekenzondag. Soms lijkt het dat wij God niet willen vergeven dat Hij ziekte toelaat. Dat Hij een schepping tot stand heeft gebracht waarin mensen ziek kunnen worden en waarin mensen kwaad kunnen doen, waarin onschuldigen te lijden krijgen onder het kwaad van natuurgeweld, maar nog meer onder het kwaad van andere mensen. Vergeving naar God toe. Velen achten God schuldig aan dat wat er gebeurt.

Het is niet het model dat Jezus ons voor ogen houdt. Als Hij aan het kruis hangt, geeft Hij zijn Vader in de hemel niet de schuld. Hij geeft zijn leerlingen niet de schuld, omdat ze Hem in de steek hebben gelaten. Hij weet wie schuldig zijn, en zelfs van hen zegt Hij: „ze weten niet wat ze doenš. Jezus wrijft niemand de schuld aan. Hij verwijt het ook God niet. Waarschijnlijk omdat God niet schuldig is. Is God dan niet almachtig? Had Hij het niet anders kunnen doen, op een manier die ons beter uitkomt, met minder lijden en verdriet. Blijkbaar niet op die manier als wij denken of zouden wensen. Blijkbaar kan Hij het kwaad alleen oplossen door een overmaat aan liefde. Die weg toont Jezus ons; gezond of ziek. De weg van de overgrote liefde, de vergevende liefde, de weg naar Gods Koninkrijk.

Laten we het straks weer bidden, zingen, met overtuiging, van harte:

ū Uw Rijk kome. - en -
ū Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

Amen.


Preek op de vierentwintigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ24.wpf.
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op zondag 12 september 1999. Ziekenzondag. A.M.D.G.
Zondagmorgen: Gemengd Koor. Thema: Rust en Verlichting.

EL: 1 Kon. 19, 1-8
EV: Mt. 11, 25-30

HOMILIE

Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt. Dat hadden we in de brief kunnen zetten die u thuis hebt gehad. We hebben dat niet gedaan. De brief is opgesteld in een wat algemener taalgebruik. Daarmee is het misverstand voorkomen alsof het om ons gaat, om pater Koos Jansen en mij, alsof het om de Diaconie en de Zonnebloem gaat, om de chauffeurs of de andere helpers. Wij mogen de brief geven, wij mogen u uitnodigen, maar namens de Ene die deze woorden toen sprak, die ze nu spreekt tot u en die ze altijd zal blijven spreken: „Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenkenš.

Dat is het thema van deze viering op ziekenzondag: „rust en verlichtingš. Toen Jezus deze woorden sprak, wist Hij wat Hij zei. In het Evangelie wordt een keer of dertig over genezing gesproken. Dan gaat het soms over enkelen en soms over velen. Over geestelijke- en lichamelijke tekorten. En Hij genas hen. Lammen liepen, blinden gingen zien, kreupelen stonden op, doven hoorden. Al de jaren dat Jezus het Evangelie verkondigde, was Hij actief in de diaconie, was Hij therapeut, deed Hij aan ziekenbezoek, maakte Hij tijd voor hen. Hij wist dus waar Hij het over had en tot wie Hij sprak toen Hij zei: „Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenkenš. Vandaag is Hij hier de echte Gastheer, Hij heeft u uitgenodigd in dit Godshuis en u bent gekomen.

Toch wordt het daarmee niet eenvoudiger. U bent ziek, of u bent zo verzwakt dat u weinig reserve meer hebt. De ene kwaal is nog niet weg of de andere dient zich aan. Ouderdom komt met gebreken. Oud worden is fijn; oud zijn vaak wat minder. Zou u niet graag hebben dat Jezus opnieuw hier rondging, dat Hij u net zo zou aanraken als toen, dat u daarna net als die lamme weer opspringt, net als die blinde weer helder ziet of als die dove alles weer hoort en met de anderen mee kan doen? Zou u dat niet willen?

Toch bent u niet met die verwachting gekomen; dat u straks weer als een jongeling deze kerk verlaat. Sinds de doctoren steeds meer weten over hart en nieren, over longen en lever, over hersens en spieren, hebben wij onze verwachtingen nogal wat bijgesteld. Maar ook toen de medische kennis enorme stappen voorwaarts zette, is de ziekenzalving niet verdwenen. We ontdekken steeds meer dat wat de dokter doet en dat wat de priester doet, twee verschillende dingen zijn. Wat bij Jezus nog samenviel, in een gebaar, de genezing van buiten als een teken van een genezing van binnen, dat is nu wat verder uit elkaar geraakt. Misschien is dat jammer, maar daardoor is het misschien ook wel een stuk duidelijker geworden.

Met welke verwachting bent u wel hierheen gekomen. Misschien was het deze gedachte: je weet maar nooit; baat het niet dan schaadt het niet, beter nu, dan wanneer het te laat is. De lezingen bieden ons materiaal om de betekenis en de bedoeling van deze ziekenzalving nog wat beter te verstaan.

Het is soms in het leven als bij Elia. Uitgeput. In een depressie. Alles zit tegen, de omstandigheden en de mensen. „Elia verlangde te sterven en zei: őHet wordt me teveel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn vaderen‚.

Zeg ik teveel als sommigen onder u al eens op een soortgelijke manier hebben gebeden: őLieve Heer, van mij mag het einde komen‚. De weg van Elia is als een hindernisbaan. En na veel problemen is hij in de woestijn belandt. Is ons leven anders, is ook ons leven niet zoiets als een hindernisbaan. Wanneer we naar de weg van onze buurman kijken, denken we soms, die hindernissen zijn veel lager, die weg is veel gemakkelijker. Maar iedereen heeft zijn of haar eigen hindernisbaan af te leggen, want iedereen heeft eigen talenten en krijgt ook een eigen beloning. God help ook iedereen op die eigen weg. Soms rechtstreeks, soms door mensen om je heen. Daar waar Elia niet meer verder kan krijgt hij hulp; hulp van boven, brood om hem te sterken, geestelijk krachtvoer waardoor hij ook lichamelijk weer aansterkt.

Het doet ons denken aan Jezus in de Hof van Olijven. Vader laat deze Beker Mij voorbijgaan, maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede. Toen kwam er een engel om Hem te sterken. Ook Jezus had extra kracht nodig om zijn hindernisbaan af te leggen. En of je leven nu eindigt op het kruis, of thuis, in het verkeer of in een ziekenhuisbed. Ooit eindigt het en de laatste loodjes wegen dikwijls het zwaarst. Net als Elia en net als Jezus hebben wij kracht nodig om onze hindernisbaan echt te voltooien. Om niet voortijdig op te geven, niet in twijfel en angst te blijven steken, niet verbitterd te raken en anderen of onszelf te gaan verwijten. We hebben krachtvoer nodig voor onze geest, opdat we ook de last van het oude en zieke lichaam kunnen dragen.

Dus zegt Jezus: „Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenkenš. We komen vandaag naar Hem toe. Net als al die andere mensen toen, met al hun kwalen, hun zorgen, hun pijn en teleurstellingen, hun angsten en verdriet, mensen in depressies en mensen met hun twijfels. „Komt allen tot Mijš zegt Hij; niemand uitgezonderd.

Dat doen we straks op drie momenten.

Eerst is er de handoplegging. In zijn Naam. Wij leggen u de hand op, niet louter menselijk, maar door het priesterschap is het Jezus die u de handen oplegt. Zijn zorgzame hand, en daardoorheen Gods beschermende Vader-hand, om veiligheid en rust te ervaren.

Dan komt er de zalving, zoals u gezalfd bent bij doopsel en vormsel. Zoals de barmhartige Samaritaan de man zalfde die gewond langs de weg lag. Een heilige zalving om uw verbondenheid met God te versterken.

En dan straks de Eucharistie, de Communie, Brood uit de Hemel. Jezus die zich geeft aan u, als levend Brood, als krachtvoer voor uw ziel. Opdat u de weg naar de voltooiing, de hindernisbaan van uw leven kunt voleinden.

U komt naar Hem toe.
Hij komt naar u toe.
Moge Hij uw geloof versterken,
uw liefde voor God en elkaar,
moge Hij de twijfels in het hart overwinnen
en u kracht geven.
Moge Hij genezing en herstel schenken
als dat mogelijk en goed is
en moge Hij u helpen om de zin,
de betekenis
en het belang te zien
van de weg die u moet gaan.
Dan zal er rust en verlichting zijn
naar lichaam en ziel.
Amen.



Terug naar top van deze pagina

Terug naar homepage