Homilie op de zesentwintigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK


Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week


Preek op de zesentwintigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ26.html
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op op zaterdag 25 september 1999.
Jongerenviering b.g.v. 30 jaar PJK. Thema: Vier wat je vieren kan.

E.L.: Pr. 11, 7 - 12, 1
EV.: Lc. 15, 11-32

Feest. Wat is er nu leuker dan een feest? Bij elkaar komen met vrienden, leuke muziek, mooie feestkleding, lekker eten en drinken. Dansen, praten en samenzijn. Als dat allemaal in goede harmonie gaat dan kan het niet meer stuk. Dus ......... "Vier wat je vieren kunt".

Maar wanneer kun je feestvieren? Soms hoor ik mensen zeggen: als ik de beelden van het journaal zie en de koppen in de krant lees, heb ik nergens meer zin in. Er is zoveel ellende, er lijkt maar geen einde aan te komen.

Of is het als met Paljas. De clown die zelf sterft van verdriet, maar die de mensen aan het lachen moet brengen. Soms is de wereld zo gespleten, en als je alle verdriet van de wereld ziet, zou je dan ooit nog kunnen feesten.

Of moet je dan juist extra feesten, om het verdriet weg te werken, om met nog een extra borrel, alles maar te vergeten, om toch in ieder geval n moment niet aan je zorgen te hoeven denken.

Ik hoorde laatst een jong stel zeggen: wij beginnen niet aan kinderen. Wat kun je kinderen nog voor toekomst bieden. Wij zorgen dat we van het leven genieten, vandaag kan het nog.

Is dat ook bedoeld met die eerste lezing van Prediker; daar staat: "Geniet van je jeugd, neem het ervan zolang je nog jong bent"; "Doe waar je zin in hebt".

Je hebt feest en Feest, je hebt vreugde en Vreugde. Laten we eens bij het verhaal van Jezus te rade gaan. Hij vertelt het verhaal van de vader met de twee zoons. Zou die jongste zoon dat woord van Prediker hebben gelezen? "Geniet van je jeugd, neem het ervan zolang je nog jong bent"; "Doe waar je zin in hebt." Je kunt altijd een woord in de Bijbel vinden dat je wel uitkomt. Waarom heeft die vader hem niet tegengehouden? Waarom heeft zijn broer niet met hem gepraat? Hoeveel geld heeft hij erdoor gejaagd, 20.000 gulden, of het dubbele, een ton of nog meer? En dan nog het verdriet dat hij z'n vader aandeed. Dat is niet in geld uit te drukken.

Vier wat je vieren kunt. De jongste zoon heeft gefeest, zoveel hij kon, op alle manieren die je maar kunt verzinnen, maar het was geen feest dat echte vreugde bracht. Er is feest en Feest, er is vreugde en Vreugde. Er is een verschil met het feest aan het begin van het verhaal en het feest aan het einde. Het eerste was het feest van de ongetemde vrijheid, het feest van eigen baas, met je eigen lichaam en je eigen buik, het feest van het grenzeloos genieten, het feest van thuis weg zijn, weg van de voorspelbare eentonigheid en de sleur van alledag.

Het feest aan het einde van het verhaal is heel anders. Dat was het feest van de terugkeer, de maaltijd en boven alles de liefde van de vader die hem omarmt en kust. Al die vroegere feesten wilde hij nu nog het liefst vergeten om dit ene feest te kunnen vasthouden. Mijn vader heeft me niet verstoten, ik was dood, ik heb me gestort in het feest van de dood, nu mag ik leven, dit is het feest van het leven, van de alles overstijgende liefde. Zo zegt de vader het ook. Deze zoon van me was dood en is weer levend geworden. Hij was verloren en is weer gevonden.

Toch hangt er ook over dit feest van het leven, van de terugkeer, een schaduw. De schaduw van de oudste zoon. Want wat gebeurt er als je niet kunt genieten van het leven zoals het komt. Als je naar de dagen kijkt, naar je vader of moeder, naar je baan en je vrienden, met ontevredenheid. Als je het gevoel hebt alles uit plicht te doen. Als je de mensen om je heen niet bemint, geen liefde kunt opbrengen voor je omgeving en voor je werk. Als je met naijver kijkt naar je buren, je ouders, je broers en zussen omdat zij vrolijker leven, onbezorgder. Als jij het gevoel hebt dat alles op jou leunt, dat alles doordraait dank zij jou. Wanneer je maar doorgaat omdat dat nu eenmaal moet, zonder vreugde, zonder dankbaarheid en vooral zonder liefde. De oudste zoon bleef wel thuis, en ging wel door, maar zonder liefde en zonder vreugde.

Die schaduw hangt over het feest van de terugkeer. De jaloezie, de afgunst, en boven alles het gebrek aan liefde. Het leven van de oudste zoon is geen feest en het zal nooit een feest worden. Want zonder liefde en zonder vreugde kun je niet feesten.

En dan de derde, de vader. Alle aandacht gaat eerst uit naar de jongste zoon, en daarna de oudste. Maar wat is dit een bijzondere vader. Hoe groot moet zijn hart zijn? Iedere keer opnieuw. Eerst als de jongste zoon weggaat. De vader draagt het verdriet. Dan als hij terugkeert, de vader ziet hem al in de verte en ontvangt hem. En als de oudste zoon weigert binnen te komen is het de vader die naar hem toegaat, die hem uitlegt en uitnodigt. De liefde van de vader voor de jongste is dezelfde als voor de oudste. En nu komt het. De Vader hoopt dat zijn zonen en dochters elkaar net zo beminnen als Hij hen bemint, met dezelfde liefde. Dan alleen is er vreugde in je hart als een ander sorry zegt, als je broer terugkomt en van dood weer levend wordt.

Nu zegt de oudste zoon tegen zijn vader: Die jongste zoon van u ......... En de vader zegt daarna taktvol: jongen die broer van jou ......... Zonder liefde in het hart kunnen we elkaar niet meer als broers en zussen blijven zien. Dan worden we vreemden voor elkaar. Wat goed dat we dan altijd bij die vader kunnen aankloppen, die een eindeloos liefdevol hart heeft. En als we zoveel liefde ontvangen, kunnen we dan niet diezelfde liefde doorgeven. Liefde die groter is dan haat, die alles overwint.

Er is nog een zoon. De Zoon. Jezus. Hij is als de oudste zoon en de jongste zoon. Hij blijft met zijn hart bij de Vader maar gaat erop uit om de jongste zoon te zoeken en thuis te brengen. Hij bemint zijn broers en zussen met dezelfde liefde als de Vader. Hij brengt ons bij elkaar aan zijn feestmaal. Het feest dat we al bijna tweeduizend jaar vieren.

Dus, vier wat je vieren kunt. Het jongerenkoor viert feest. Dertig jaar trouwe dienst in het huis van de Vader. Zingen ten bate van dat andere Feest, de Eucharistie. Dat is werken als de oudste zoon, maar dan met vreugde, met dankbaarheid. Tegelijk is het ook een beetje het feest van de jongste zoon, want ook als onze wegen niet steeds passen bij Gods bedoelingen, mogen we met al onze beperktheden toch steeds bij die Vader terugkeren. Hier is het dus altijd feest, nu met dertig jaar PJK, en volgde week weer, het feest van de terugkeer, het feest van de eindeloze liefde van God onze Vader. Amen.


Terug naar top van deze pagina


Terug naar homepage