Homilie op de achtentwintigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week

Preek op de achtentwintigste zondag door het jaar A,
A99ZDJ28.html, Oogstdankdag, zat/zon 9/10 oktober 1999.
In de parochiekerk van de H. Bartholomeus te Poeldijk.
Pastoor Michel Hagen. A.M.D.G.

Zaterdag: Jongerenkoor Deo Sacrum, jongerenviering
Zondag:   Gemengd koor met kinderkoor. Mis v.d. Uittocht.
Thema:    Warmte
Za/Zo:     E.L:  zat: Ps. 84, 11-13 / zon: Gal. 5, 22-25. 6, 6-10
               EV:  Mat. 22, 1-10

HOMILIE

Wanneer je onverwacht een compliment krijgt, een vette pluim op je hoed, in het bijzijn van anderen, dan kun je het plotseling heel warm krijgen.

Een jongen en een meisje kunnen het, als de vonk overspringt, plotseling heel warm krijgen. En niet alleen jonge mensen.

Een kweker of teler zoekt een plaats waar voldoende licht en warmte is, en Westland of Oostland kan al heel wat zonneschijn schelen. Zonder warmte, zonder licht, geen werk, geen arbeid, geen vruchten, geen bloemen, geen oogstdankdag.

Tegenover warmte staat kou, tegenover licht staat duisternis.

Een flinke winter in ons land is mooi en aardig, maar dan moet de verwarming het binnen in huis wel goed doen.

Als de winter lang duurt, begint iedereen te verlangen naar het voorjaar en de zomer. Steeds vaker zie je dat Nederlanders met de vogels meetrekken en in Spanje overwinteren.

Kou is het ontbreken van warmte. Duisternis is het ontbreken van licht.

In het Evangelie van dit weekend is het beurtelings koud en warm. Het wordt de koning koud om het hart. Het gaat er op een goed moment heet aan toe en er treedt voor sommigen een zware kou en duisternis in.

Dit verhaal van Jezus over een koning met een bruiloftsfeest voor zijn Zoon, is weer een van die wonderlijke verhalen van Hem. Het lijkt een beetje op het verhaal van verleden week. Toen ging het over onrechtvaardige pachters; zij wilden de pacht niet afdragen en vermoordden zelfs de zoon.

Het is ook nu eigenlijk niet zon leuk verhaal. Het gaat over teleurstellingen. De koning is teleurgesteld in zijn mensen, in zijn vrienden, in al degenen die een uitnodiging hadden ontvangen.

Stel je voor, je gaat trouwen. Je hebt 100 daggasten uitgenodigd. Je staat bij de kerk, de pastoor staat bij de ingang, het koor staat klaar, maar verder is er niemand. De zaal is besproken, er is een bus besteld, een band, een catering. Maar nee, iedereen heeft je gewoon laten barsten. Dat waren nu je vrienden.

Dat gevoel heeft de koning in dit verhaal. En met deze koning verwijst Jezus naar God. Mensen laten God barsten. Dat is de eerste boodschap van Jezus in dit verhaal. God richt een maaltijd aan voor zijn Zoon, een bruiloftsmaal, een feestmaal, een liefdesmaal, maar degenen die een uitnodiging hadden ontvangen, waren het niet waard.

Hoe reageert God? Je kunt zeggen: het wordt God koud om het hart. Ook zijn vriendschap bekoelt en in plaats van een feestmaal wordt het oorlog. In plaats van een vreugdevuur gaat nu hun stad op in vuur en vlam. Hun eigen haat en afgunst, hun eigen onverschilligheid en egoïsme, hun gebrek aan liefde komt neer op henzelf, het verteert huis en haard, verteert hun leven, als een vuur dat niet verwarmt maar vernietigt.

Hoe reageert God? En hoe zit het met ons? Wij zouden het ook koud in het hart kunnen krijgen met dit verhaal, want bij wie horen wij? Horen wij bij hen die de uitnodiging afwijzen of bij hen die de uitnodiging aannemen? Horen we bij de belangrijke eerste genodigden die niet kwamen, of bij de tweederangsgasten, de slechten en goeden door elkaar, die op het laatste moment worden opgetrommeld?

Of ... horen wij zowel bij de een als bij de ander? Horen we een beetje bij beide groepen, komen we de ene keer wel en de andere keer niet? Is ons dagelijks leven niet vaak zomer en winter door elkaar heen, zelfs op één dag, in één huis, in één mensenhart. Wij mensen zitten wonderlijk in elkaar.

Het blijft dan ook een wonderlijk verhaal. Jezus houdt de hogepriesters en Farizeeën een spiegel voor. Zo spraken zij zelf tot dan toe over God, zo hanteerden zij de wet van Mozes; oog om oog, tand om tand. Daarom houdt Hij hen en ons een spiegel voor. Donker en licht, kou en warmte. Wij mogen zelf kiezen.

Maar uiteindelijk laat Jezus vooral een andere reactie van de Vader zien, de echte reactie van God. God laat het er niet bij zitten. De Vader zal ervoor zorgen dat zijn huis vol wordt. Hij gaat net zo lang door tot Hij mensen heeft gevonden die ja zeggen op zijn uitnodiging. Hij blijft zijn dienaren eropuit sturen om gasten bijeen te brengen en God rust niet tot Hij zijn huis vol heeft en de bruiloft van zijn Zoon kan beginnen.

Het is goed om te weten dat de bruiloft doorgaat, want het is de bruiloft van Gods eigen Zoon, van Jezus. Wij zijn niet de belangrijksten, we zijn niet de besten, wij zijn niet de eerstgenodigden, maar we zijn wel genodigd en wel door de Koning zelf. In de Kerk gaat de bruiloft altijd door, eeuw na eeuw, want God is niet te stoppen. De warmte in Gods hart zoekt altijd een weg, Gods liefde voor ons is niet te stuiten. God heeft ons al een feestkleed gegeven, het feestkleed van ons geloof, het feestkleed van ons doopsel en daarmee hebben wij toegang tot zijn feestmaal.

Wat hier aan de voet van het altaar ligt, zijn schitterende vruchten, vruchten van onze arbeid en van de natuur, menselijk vernuft gekoppeld aan de oerkracht van het leven. Gods kracht wordt in beide zichtbaar. Het zijn onze cadeautjes die we hebben meegbracht op het bruiloftsfeest van Oogstdankdag.

Toch zijn de grootste cadeaus onzichtbaar. Want deze koning kijkt door de cadeaus heen naar de binnenkant van ons hart. De koning is blij dat wij gekomen zijn. De koning is blij dat er warmte in ons hart is, warmte voor God, warmte voor Jezus, warmte voor de naaste. Hij nodigt ons binnen te treden in de warmte van zijn feestmaal.

Wie zijn uitnodiging blijft afwijzen, zal het eens koud krijgen en een diepe duisternis ervaren. Die zal eens knarsentandend terugdenken aan de kansen die hij had.

Wie Gods uitnodiging aanneemt, zal warmte ervaren, licht en liefde, vreugde en vriendschap. Die bekleedt zich met goede werken, met daden van liefde, met liefde voor God en de naaste. Die heeft anderen reeds een warm hart toegedragen en met warme vriendschap de kou verdreven. Wie daarin gelooft en dat probeert, die is reeds bekleed met het bruiloftskleed, die zal proeven van de vreugdewijn van de bruiloft van de Zoon, zoals eens op de bruiloft van Kana. Die zal Gods liefde als een mantel om zich heen voelen.

Kou verdwijnt waar warmte komt. Duisternis verdwijnt door het licht.

Moge wij hier samen op oogstdankdag reeds iets van de warmte ervaren van het hemelse bruiloftsmaal. Amen.


Terug naar top van deze pagina

Terug naar homepage