Homilie op de negenentwintigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week

Preek op de negenentwintigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ29.wpf.
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op zaterdag/zondag 16/17 oktober 1999. Wereldmissiedag. A.M.D.G.
Zaterdagavond: Cantor. Zondag: Herenkoor. Thema: Ieder het zijne

EL: Jes. 45, 1. 4-6
EV: Mt. 22, 15-21

HOMILIE

Ieder het zijne, was dat maar zo. Zo zit de wereld niet in elkaar. Er zijn enorme verschillen in welvaart en welzijn, wereldwijd. Letterlijk hemelsbrede verschillen. Waar zitten die verschillen allemaal in?

Een scheve verdeling van materieel bezit, denk aan land, geld, bodemschatten enzovoort. Een scheve verdeling in kennis, technische kennis, medische kennis, allerhande wetenschappelijke kennis.
Een scheve verdeling in culturele ontwikkeling, kennis van geschiedenis, religie, sociale structuren. In al deze gebieden heb je rijke landen en arme landen.

Zelfs met rampen en oorlogen is het scheef verdeeld. Er zijn landen waar het al eeuwen relatief rustig is, en er zijn landen waar oorlog schering en inslag is.

Maar het gaat veel verder. Het ene kind wordt geboren in een heerlijk gezin, is gezond en groeit in welvaart en vrede op. Een ander kind wordt geboren met een handicap, in een onvolledig gezin waar vader aan aids is gestorven en moeder te weinig heeft om voor haar kinderen te zorgen.

Nog iets dichterbij. De ene mens barst van de talenten en een ander moet alles op alles zetten om maar iets vooruit te komen.

De wereld is scheef verdeeld. Wiens schuld is dat? Sommigen zijn geneigd om de natuur de schuld te geven, of nog directer; God, want als er één is die daar wat aan kan doen dan zou dat God toch wel zijn?

Het is dit weekend wereldmissiedag. Waarom houden we die eigenlijk. Waarom is er zoiets als missie. Waarom laten we anderen het niet zelf uitzoeken en voelen wij ons zo gedreven om tot in de verste uithoeken van de aarde hulp te bieden? Het is wereldmissiedag juist vanwege die scheve verhoudingen en omdat wij ervan overtuigd zijn dat God zoān enorme scheve verdeling niet heeft gewild. Bovendien is het wereldmissiedag omdat God daaraan iets heeft gedaan en nog steeds doet. God heeft ingegrepen en Hij doet dat steeds weer.

De scheve verhoudingen die wij zien, die wij ervaren, behoren deels bij de natuur, maar deels ook niet. De natuur verdeelt alles niet volgens een rekensommetje. We gaan niet dood op het rijtje. Kun je dat de natuur kwalijk nemen. Nee, de natuur zelf is niemand, de natuur denkt niet, die verdeelt niet, de natuur is een optelsom van allerlei wondermooie en boeiende krachten die ieder afzonderlijk en samen van alles bewerken.

Maar wij mensen, wij denken wel, wij verdelen wel. Wij zien waar iets nodig is. Vandaag horen we Jezus zeggen: Īgeef aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomtā. Het lijkt een slimme zet van Jezus waarmee hij zijn belagers de mond snoert. Maar het is méér dan een slimme zet, veel meer, het is de waarheid in optima forma.

ĪGeef aan de keizer wat de keizer toekomt.ā Wie is vandaag de dag de keizer? Is dat de belasting, zijn dat de overheden, de gemeenten, is dat de sportclub die ondersteuning nodig heeft? Is dat het milieu dat ook zorg en investering vraagt? Wie is vandaag de dag de keizer, en welk deel komt die keizer toe? Is dat alleen maar geld? Of vraagt het ook inzet voor een leefbare samenleving, politieke verantwoordelijkheid nemen enzovoort. Geef de keizer wat de keizer toekomt. Dat is niet niks, wat Jezus hier zegt. Maar die tweede zin is nog veel belangrijker. Laat die munt een zien! Van wie is die beeltenis? Van de keizer! Dat is duidelijk ..... Maar van wie zijn wij de beeltenis?

Toen schiep God de mens, naar zijn beeld en gelijkenis schiep Hij hen, man en vrouw schiep Hij hen. De munt draagt de beeltenis van de keizer of van de koningin of van Europa. De wereld drukt haar stempel in deze maatschappij. Maar God heeft zijn beeltenis in ons gedrukt. Wij zijn van God en van niemand anders. Wij zijn meer van God dan van onze ouders, meer van God dan van vrouw en kinderen, ja zelfs meer van God dan van onszelf. Wij zijn niet van de keizer, niet van de wereld, wij zijn van God. En zo zegt Jezus: ĪGeef aan God wat God toekomtä.

Waar zit dan die scheve verdeling in? Die ontstaat als mensen meer van de wereld zijn dan van God. Is het u wel eens opgevallen dat de scheve verdeling alleen zo door de mensenwereld wordt ervaren. De dierenwereld maakt deel uit van de natuur. Daar zijn droogte en overvloed, leven en dood, deel van het bestaan. Soms zouden we er een voorbeeld aan kunnen nemen, zo vanzelfsprekend als dieren daarmee omgaan.

Maar wij mensen zien dat het scheef is, want wij vergelijken. Als wij dus degenen zijn die het zien, die het kunnen zien. Dan zijn wij ook degenen die daar iets aan moeten doen. God heeft er iets aan gedaan. Hij heeft zijn Zoon gezonden om het evenwicht te herstellen, om God en mens met elkaar te verzoenen, om arm en rijk te verzoenen, om groot en klein, sterk en zwak, man en vrouw, geleerd en ongeletterd met elkaar te verzoenen.

God heeft Jezus gestuurd. En Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om daarmee door te gaan. Om Noord en Zuid, om rassen en talen, bewapenden en machtelozen met elkaar te verzoenen. Hoe? Door hen te herstellen in de relatie met God, door hen opnieuw zo met God in contact te brengen dat God zijn beeltenis in allen kan herstellen. De beeltenis die we zien in het gelaat van Christus, de mens die helemaal van God was en is en zal zijn.

Wie zo opnieuw beeld van God wordt, die drukt de liefde van God uit, Gods liefde die uitgaat naar heel zijn en haar omgeving. Wie van God is en niet van de wereld die haalt niet alles naar zichzelf toe, maar brengt alles en iedereen terug naar God.

Ieder het zijne. Wij geloven dat God begonnen is met het grote herstel. Hij is daarmee begonnen in het Joodse Volk. Hij heeft het tot volkomenheid gebracht in Jezus, zijn Zoon, zijn evenbeeld, zijn rechterhand. Hij gaat ermee door in zijn Kerk, in u en mij, in onze missionarissen, zusters, paters, broeders. God gaat door om alles met Hem en met elkaar te verzoenen, zodat armen niets tekort komen en rijken niets teveel hebben. Dan worden niet alleen wij gaandeweg meer en meer Gods beeld en gelijkenis, dan zal zelfs Gods gelaat weerspiegeld worden in de wereld, in de natuur en de hele mensenmaatschappij. Dan zal God alles in allen zijn. Amen.


Terug naar top van deze pagina

Terug naar homepage