Homilie op de eenendertigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week

Preek op de eenendertigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ31.wpf.
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op zaterdag/zondag 30/31 oktober 1999. A.M.D.G.
Zaterdagavond: Herenkoor. Zondag: Dames- en ReT-koor. Afsluiting Mariamaand.
Thema: Er is er maar één.

EL: Mal. 1,14b - 2,2b.8.10
EV: Mt. 23, 1-21

HOMILIE

Jezus als profeet. Dat klinkt misschien heel vetrouwd. Natuurlijk, Jezus is profeet, dat vindt iedereen. Maar toch vinden we het meestal niet zo leuk als Hij als profeet optreedt. Want, wat doen profeten? Vandaag een voorbeeld; de profeet Maleachi. Waar denken wij aan als we over een profeet spreken. Meestal denken we aan een toekomstvoorspeller, een soort waarzegger. Dat is niet vreemd, maar het is toch niet het eerst belangrijke, dat stukje toekomst komt er als vanzelfsprekend bij, maar het gaat om iets anders. Waar gaat het om? Het woord profeet komt uit het Grieks, profèmi, dat is spreken namens iemand. Een profeet is iemand die spreekt namens God. God heeft mensen nodig die Hem stem geven, die zijn woord doorgeven. God gebruikt mensenwoorden om ons iets te zeggen.

De profeet Maleachi is een goed voorbeeld. őIk ben een grote koning - zegt de Heer van de hemelse machten - en mijn Naam wordt gevreesd onder de volken....‚ Maleachi spreekt woorden alsof ze uit Gods mond komen. Profeten stellen alles aan de kaak. Profeten hebben een eigen taalgebruik, Je zou het kunnen vergelijken met journalisten van vandaag. Een goede journalist stelt ook aan de kaak wat niet goed is. Helaas zijn er heel wat journalisten die niets anders doen dan de bladen volschrijven, met dat wat mensen graag horen. Een goede journalist durft ook dingen te zeggen die niet zo gemakkelijk vallen. Als een journalist ook een Christen is, en zich daarvan bewust is bij wat hij of zij schrijft, dan kan een journalist ook iets profetisch krijgen.

Vroeger was het niet veel anders. Er waren profeten die de mensen naar de mond praatten en nooit een afkeurend geluid lieten horen, want ze moesten van hun werk leven. Er waren profetengildes, profeten in dienst van machthebbers. Er waren generaties profeten en onder hen had je er die werkelijk Gods Woord zochten te verkondigen en er waren er die meer bekommerd waren om hun boterham en hun maatschappelijk aanzien.

Maleachi is dus een profeet die er geen doekjes om windt. De taal van de profeten is dikwijls zwart-wit, zegen-vloek, beloning of straf. Een echte man Gods neemt de ondankbare taak op zich om de consequenties te laten zien van alles wat wij doen. Leidt iets tot zegen of niet, is dit volgens Gods bedoeling of niet. Wat niet volgens Gods bedoeling is, leidt altijd tot ongeluk, tot ramp, tot ellende ofwel, dat wordt vloek en straf.

Vandaag Jezus dus als Profeet. En Hij heeft de Joodse religieuze gezagsdragers op het oog. Een paar dingen zijn Hem een doorn in het oog. We kennen het Nederlandse gezegde: „Woorden wekken, voorbeelden trekkenš. Je hoort zo af en toe mensen vertellen dat ze nu niet meer naar de kerk gaan omdat ze vroeger altijd moesten. Als zo‚n gesprek een enkele keer verder gaat, blijkt soms dat het ook inderdaad een vreemde sitautie was, de kinderen moesten naar de kerk en de ouders bleven thuis. Of ze moesten met school mee, of zomaar, alleen. Omdat die ouders zelf niet gingen, leerden ze hun kinderen twee dingen tegelijk: „Nu moet je doen wat ik zeg. Later als je groot bent maakt het niet meer uit, dan kun je hetzelfde doen als ik, niet meer gaanš. Een voorbeeld is sterker dan een woord. Ik heb het sterke vermoeden dat als u terugdenkt aan uw ouders, dat van 80% van ons allen, onze ouders vroeger ook gingen. Hun voorbeeld heeft ons gestimuleerd en we zijn hen er nog steeds dankbaar voor.

„Woorden wekken, voorbeelden trekkenš. God weet dat als eerste. Om die reden geeft Hij ons zijn Zoon. „In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was Godš. Zo begint Johannes zijn Evangelie. Daarna schrijft Hij: „En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoondš. Ofwel: In het begin was het Woord .... En het Woord is vlees geworden. „Woorden wekken, voorbeelden trekkenš. Jezus is Woord en Voorbeeld.

Maar wat is Hem nu een doorn in het oog? Dat de gezagsdragers die de talenten, de capaciteiten, de maatschappelijke positie en de zending in Gods Volk hebben gekregen, wel mooie woorden spreken, maar het zelf niet doen. Je mag best iets van mensen vragen, dat is zelfs nodig, dat doet Jezus ook, maar dan moet je het zelf eerst doen. Dit is ook Jezus‚ kracht. Er is niets dat hij verkondigt en niet eerst Zelf heeft gedaan. Hij is arm met de armen, hij werkt met de werkers, Hij bidt, Hij zorgt, Hij dient God en zijn naaste. Elk Woord dat Hij spreekt wordt gedragen door de daad. Hij spreekt over het Licht en geneest blinden. Hij spreekt over de weg van God gaan, over wandelen in gerechtigheid en Hij geneest lammen. Hij spreekt over zuiverheid van hart en Hij geneest melaatsen. Hij leert zijn leerlingen niet alleen bidden, Hij doet het eerst Zelf.

Het is Hem een doorn in het oog als hij gezagsdragers tegenkomt die dat niet doen. Hij spreek over het kruis en neemt het Zelf op de schouders. Jezus spreekt over onhuwbaar zijn voor het Rijk der hemelen en leeft zelf celibatair. Hij spreekt over vergeving, en aan het kruis vergeeft Hij zijn moordenaars. In alles zal Hij de wil van de Vader volbrengen en de naaste dienen. Nooit speelt Hij deze twee tegen elkaar uit. Het is altijd het een en het ander.

Over wie gaat deze lezing vandaag. Natuurlijk ook over gezagsdragers, maar niet alleen over hen. Het is direct van belang voor bisschoppen, priesters en alle andere werkers in de Kerk. Zij moeten als eerste het Woord verkondigen, dat is de Blijde Boodschap van Gods liefde, inclusief de moeilijke woorden die Jezus ook spreekt over de keerzijde, de consequenties als je Gods weg niet volgt. Tevens is zijn Woord van belang voor ieder van ons, want: „woorden wekken, voorbeelden trekkenš. We redden het boven niet als we alleen maar kunnen zeggen: we hebben mooie woorden gezegd, gezongen, gevierd. We redden het alleen als we ook iets moois voor God en de naaste hebben gedaan.

Jezus, ons Woord en ons Voorbeeld. Hem achterna, dan komen we in zijn land en hoeven we niet bevreesd te zijn voor enig streng Woord van God, want als in ons hart de liefde heeft gewoond, zullen wij ook wonen in de liefde. Amen.


Terug naar top van deze pagina

Terug naar homepage