Homilie op de drieëndertigste zondag
door het jaar A (reeks 1998-1999)

ANDERE PREKEN VAN DE WEEK

Voor de tekst van de Evangelie-lezing van deze dag en een meditatie
klik hier en zoek de juiste week

Preek op de drieëndertigste zondag door het Jaar A, serie 1998-1999, A99ZDJ33.wpf.
In de parochiekerk van de heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen,
op zaterdag/zondag 13/14 november 1999. A.M.D.G.
Zaterdagavond: Gemengd koor. Zondag: Volkszang met cantor.
Thema: Ieder naar zijn bekwaamheid.

EL: Spr. 31,10 - 13. 19-20. 30-31
EV: Mt. 25, 14-30

HOMILIE

Kent u het gezegde: ik heb liever bloemen tíjdens mijn leven. Zo kan iemand wel eens reageren als waardering erg lang uitblijft. Veertig jaar bij dezelfde baas, maar zelden of nooit een complimentje of een aardigheidje. Als de baas dan na veertig jaar ineens wil uitpakken voor het oog van het hele bedrijf, dan kan een werknemer denken: „ik had liever bloemen gehad tijdens mijn levenš. De eerste lezing van vandaag zullen sommigen van u herkennen van een uitvaart. Als de loftrompet wordt gestoken omdat moeder werkelijk een sterke vrouw was, die met liefdevolle, moederlijke strengheid een groot gezin wist te besturen. Vandaag deze lezing, nu een keer niet bij een uitvaart, maar zomaar op zondag. De Kerk steekt de loftrompet over de sterke vrouw. Die lezing is helaas wat ingekort. Misschien vindt u dat niet zo erg, maar daardoor zijn een aantal zinnen weggevallen. Bijvoorbeeld deze: „Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessenš. Een sterke vrouw is hier ook een wijze vrouw, sterk in de wijsheid, wijs in de liefde, je kunt het őtalenten van de vrouw‚ noemen, gekregen van God, tot opbouw van haarzelf en de gemeenschap.

Maar het kan ook wrang klinken, de vrouw prijzen, bloemen tijdens je leven, als een vrouw het gevoel heeft niet in de Kerk tot haar recht te komen. De laatste 20 jaar hoor je daar veel over. Veel aandacht krijgt een wijding van een vrouw in de Lutherse-, de Anglicaanse- of Oud Katholieke Kerk. En een van de argumenten die bij discussies daaromheen naar boven komt is dat zij daarvoor toch de talenten heeft gekregen, die ze niet in de grond mag verbergen. Als dan de paus zegt dat binnen de Katholieke Kerk het priesterschap niet voor de vrouw is bedoeld, klinkt er alom onbegrip. Onbegrip voor zoveel verspilling van talent en energie en bovendien een vorm van discriminatie, achterstelling van de vrouw binnen de Katholieke Kerk.

Het was aan het eind van mijn theologiestudie. Een pastoraal werker bracht een bezoek aan Rolduc. Hij was er met een aantal parochianen en in de recreatiezaal kwam in ons gesprek ditzelfde onderwerp naar voren. Hij vroeg mij op de man af hoe ik erover dacht. Mijn antwoord kwam er kortweg op neer dat ik in de traditie van de Kerk ook een openbaring van de Waarheid zie. Als dit in de Kerk vanaf het allereerste begin zo is geweest, dus bij Jezus, bij de apostelen, bij de heiligen in alle eeuwen, dan vermoed ik dat God ons daardoor iets wil zeggen. Die mensen waren niet gek en zeker Jezus niet. Jezus liet zich niet inpakken door welke mannencultuur of vooroordeel ook. Het nodigt mij dus uit om hierop door te denken: wat is nu precies dat priesterschap, wat is nu precies man zijn, vrouw zijn. En hoe staan die in verhouding tot elkaar?

Dat is nu ongeveer tien jaar geleden. Ik heb doorgedacht en ik begin steeds meer begrip te krijgen voor het standpunt van de Kerk. In onze tijd is het eigene aan man-zijn en aan vrouw-zijn steeds meer vervaagd. Ik kan me herinneren dat in de 70er jaren de stelling werd verdedigd dat man en vrouw in het gezin uitwisselbaar zijn. Het zou niet uitmaken of een kind door een vrouw of een man opgevoed werd, als het maar liefde ontving. Inmiddels komen psychologen op het spoor van allerlei andere invloeden en weten ze dat het wel degelijk uitmaakt hoe en door wie een kind wordt opgevoed. In die jaren zag je ook dat alle beroepen open moesten voor mannen en vrouwen. In typische mannenberoepen kwamen vrouwen binnen, denk aan de eerste vrouwelijke automonteur, chauffeur of soldaat. Maar ook in de typische vrouwenberoepen, zoals toen de verpleging, zag je mannen binnenkomen. De gedachte was dat alles werd bepaald door rolopvattingen, die zo gegroeid waren in een cultuur. Als je nu maar de rolopvatting kon doorbreken en de cultuur veranderen, dan zou je zien dat mannen en vrouwen gewoon uitwisselbaar zijn in functies, in gezinnen, in besturen, in alles.

Inmiddels staan we op de grens van het derde millennium en we kijken met wat meer nuances naar het verleden. We lachen wat om de flower power tijd en om de idee dat we toen wel even de wereld zouden verbeteren. We zijn ontnuchterd. Ook in de ideeën over de man-vrouw-rolverdeling. We zijn blij met de verbeterde positie van de vrouw, de erkenning van haar eigenheid en haar nieuwe plaats in de maatschappij. Tegelijk zijn een hoop ideeën inmiddels bijgesteld en zien we ook de keerzijde.

Wist u dat communicatiewetenschappers hebben ontdekt dat mensen anders reageren op een vrouwenstem aan de telefoon dan op een mannenstem. Die wetenschap hebben ze door laten werken in antwoordapparaten, bij recepties, in enquetes, etcetera. Ze weten inmiddels ook dat bij presentaties het ene onderwerp beter door een vrouw kan worden gepresenteerd dan door een man. Of dat bij crisismanagement in verschillende omstandigheden leiding van een man of een vrouw verschil uitmaakt.

Langzaam maar zeker ontdekken we zowel de eigen talenten van de vrouw alsook de eigen talenten van de man. Het blijkt dat wiskunde aanleg veel meer bij de man voorkomt dan bij de vrouw. Evolutiepsychologen geven aan dat een evolutie van meer dan 100.000 jaar veel dieper in ons doorwerkt en veel meer van ons denken, voelen en functioneren bepaalt, dan we misschien zouden willen. Ook hier geldt: „Wie de natuur ontkent, ontkent zichzelf, wie de natuur bedriegt, bedriegt zichzelf, wie de natuur vernietigt, vernietigt zichzelfš.

Hoe dan de rol van de vrouw in de Kerk. Ik kan het niet eenvoudiger zeggen dan zo. Jezus heeft aan de Kerk de structuur gegeven van een gezin, van Gods gezin, met Gods Kinderen. Daarin is God de onzichtbare Vader in de hemel en de bisschop de zichtbare vader op aarde. Daarin is de Kerk de bruid en is een pastoor of priester parochievader. Hij is geen parochiemoeder. De parochie zelf is moeder. Zoals de Kerk ook moederkerk wordt genoemd.

Jezus wordt heel nadrukkelijk in het Evangelie de Bruidegom genoemd. Zo maakt Hij God als Vader zichtbaar niet als moeder. De bisschop en de priesters maken opnieuw die bruidegom zichtbaar. Niet alleen in hun bestuur, maar juist ook in de vieringen. De vrouw is dan ook met name de moeder in de Kerk, niet vader, zij is ook moeder in het geloof, zij draagt, baart en voedt het geloof. Juist als er een goede wisselwerking is tussen vader en moeder, tussen tot leven wekken en tot leven brengen, dan kan er gelovig leven opbloeien.

Ik hoop en bidt dat we steeds beter de onvervangbare eigen waarde van de vrouw leren zien en een plaats geven in de Kerk. Dat we tegelijk het talent van het man-zijn en vrouw-zijn niet negeren of begraven maar erkennen en tot ontplooiing brengen. Dat we zien hoe God zelf vaderschap en moederschap serieus neemt, Hij die de eigenheid van man en vrouw Zelf heeft geschapen. Dat we met God meewerken aan een Kerk waar ieder de zijn en haar gegeven talenten tot bloei kan brengen, tot welzijn van allen, naar Gods bedoeling. En dat we elkaar daarbij bloemen geven tijdens ons leven. Amen.


Terug naar top van deze pagina

Terug naar homepage