Preek op de drieëndertigste zondag door het jaar A, zaterdag/zondag 18/19 november 2017.

De vraag is niet hoeveel of welke talenten je hebt, maar of je ze hebt ingezet voor Gods Koninkrijk.
A2017DHJ33A

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van: Sint Willibrordus (Wassenaar) en in de Basiliek van de H. Liduina en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans (Schiedam) om 19.00 en 09.30 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Vandaag horen we de bekende gelijkenis over de talenten. Hier in de Eucharistieviering ontvangen wij Christus Zelf als onze grootste schat, ons belangrijkste talent. Laten we ons door Hem voeden en bemoedigen, opdat ons leven vrucht draagt voor Gods koninkrijk.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.
 



Lezingen

E.L: Spreuken 31,10-13. 19-20. 30-31
Psalm: Ps. 128 (127), 1-2, 3, 4-5
T.L: 1 Tessalonicenzen 5, 1-6
All. Vers. Johannes 15, 4 en 5b
EV: Matteüs 25, 14-30 of 14-15. 19-20

Homilie

Weet u nog wat de slang tegen Eva zei? Een kleine opfrissing van uw geheugen. Toen Eva vertelde dat ze niet van die ene boom mocht eten omdat ze dan zou sterven, antwoordde de slang: “U zult helemaal niet sterven! God weet dat uw ogen open zullen gaan als u eet van die boom, en dat u dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad” (Genesis 3, 4-5). Eigenlijk zegt die slang daarmee: “Beste Eva, je kunt God niet vertrouwen. Want God gunt jullie niet dat je aan God gelijk wordt. God wil niet dat je goddelijke kennis krijgt over goed en kwaad”. Met die woorden sluipt er wantrouwen en ongeloof in haar hart. Dat kwam niet uit haarzelf, het werd haar ingefluisterd, het kwam van buiten, maar zij ging erin mee.

Aan dit verhaal wilde ik u herinneren omdat we vandaag die mooie eerste lezing hebben over de sterke vrouw. Deze vrouw wordt om veel dingen geprezen: Zij brengt haar man goed, geen kwaad, ze is handig met kleding en naaiwerk, van wat ze spaart weet ze gul te geven aan de armen. Toch is het belangrijkste die laatste zin: Een vrouw die de Heer vreest, zij moet geprezen worden”. Daarmee is deze vrouw het tegenovergestelde van Eva. Eva loopt in de val van het wantrouwen. Deze sterke vrouw uit de eerste lezing durft op God te vertrouwen. Daarmee lijkt ze ook op de dienaars in het Evangelie die vijf of twee talenten kregen. Deze sterke vrouw heeft met haar talenten gewerkt en dat heeft vrucht gedragen. Zo eindigde ook de lezing: “Roemt haar om de vrucht van haar handen en prijst haar bij de poorten om haar werken”.

Vertrouwen in God, dat is het waar het om gaat in het Evangelie. Wat is het verschil tussen de eerste twee dienaren en de laatste? Het is hetzelfde verschil als wat we verleden week hoorden in de gelijkenis over de tien meisjes. Waarom namen de vijf dommen geen olie mee? Wat is in die gelijkenis de diepere betekenis van hun domheid? Wat ontbrak hen? Ze zijn waarschijnlijk net zo slim als de vijf anderen, misschien wel slimmer. Het gaat niet over verstand, het gaat om wijsheid en wijsheid is pas wijsheid als ze ook de liefde omvat. Wijsheid zonder liefde is geen wijsheid, dat is dom verstand, domme intelligentie. Die vijf meisjes waren vervuld van eigenliefde, niet van liefde voor de bruidegom, ze waren bezig met hun eigen feest, hun leven moest een feest worden, en zo vergaten ze wat er nodig was om te zorgen dat het feest van de bruidegom zou slagen. De liefde voor de bruidegom ontbrak en dan eindig je oliedom, dan mis je ook het feest dat je voor jezelf had bedacht.

Die dienaar die dat ene talent kreeg, wat miste hij nu echt? Hij miste liefde voor zijn Heer. Dat kon je horen in zijn antwoord: “Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug”. Deze knecht heeft net als Eva geluisterd naar de influistering van de slang. Het is die mens die over God zegt: “Waarom zou ik God dienen, God is rijk genoeg, God heeft mij niet nodig. Jullie zeggen dat God goed is, maar het tegendeel is waar. Als God goed is, waarom laat Hij dan al de ellende in de wereld bestaan? Als God goed is, waarom zorgt Hij dan niet dat alle mensen gelukkig worden? En als God rechtvaardig is, waarom geeft Hij dan de een vijf, de ander twee en mij maar een talent? Nee, God is niet goed en God is ook niet rechtvaardig, God mag zijn talent houden, Hij krijgt het terug zoals Hij het gegeven heeft.

Het Evangelie is bedoeld om onszelf in te herkennen en onze eigen plaats daarin te vinden. Deze vergelijking over de talenten is in onze cultuur best ingeburgerd. Het woord talent is een veelgebruikt woord, je moet met je talenten werken, we hebben talentvolle studenten, talentvolle voetballertjes, talentvolle muziekleerlingen, maar talent alleen is niet genoeg, zeggen we. Slechts door hard te werken kom je aan de top. Maar die kijk op talenten is niet hetzelfde als waar Jezus aan denkt. Waar heeft Jezus aan gedacht?

Het Evangelie van vandaag gaat in feite over het einde van ons leven. Die drie dienaren zijn als drie mensen die aan de hemelpoort komen en dan verantwoording moeten afleggen over hun leven. Net als die meisjes die de feestzaal niet meer inkwamen, wordt deze derde dienaar buiten gezet. Volgende week is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar, het feest van Christus Koning. Dan horen we het Evangelie over het laatste oordeel. Dan horen we nog duidelijker waar Jezus onze inzet vraagt en op wat voor manier Hij wil dat wij onze talenten inzetten: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht” (Matteüs 25, 35-36).

De vraag is dus niet hoeveel of welke talenten je hebt, maar of je ze hebt ingezet voor Gods Koninkrijk. Als je ze alleen hebt vermeerderd voor jezelf, dan heb je niets voor God Koninkrijk verdiend, dan heb je ze begraven. Heb je jouw talenten ingezet voor je naaste, voor de armen, voor een rechtvaardige samenleving, of zoals Jezus ons leert bidden in het Onze Vader: Hebben we onze talenten ingezet om Gods Naam te heiligen, God Koninkrijk te bevorderen en Gods wil te doen, dan zijn onze talenten vermeerderd, dertig, zestig, honderdvoud. Dan zegt God, wat je voor Mij hebt gedaan, geef ik jou als loon, kom binnen, verheug je en neem deel aan mijn feest. Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God in geloof en vertrouwen.

Wij bidden voor alle gelovigen wereldwijd, dat zij hun talenten inzetten voor Gods Koninkrijk, dat ze de liefde voor God en de naaste op de eerste plaats stellen. Vragen wij om sterke vrouwen en mannen, sterk in geloof, hoop en liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat er een nieuwe ontvankelijkheid mag groeien voor de Blijde Boodschap van Jezus, dat een rijkdom aan talenten niet tot egoïsme leidt, dat mensen gezien worden zoals ze zijn en bemind worden om wie ze zijn. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochianen. Dat we in ons leven het perspectief op de eeuwigheid weten te bewaren, dat we ons niet laten vangen in het hier en nu, maar ons toevertrouwen aan Christus die de dood heeft overwonnen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we elkaars talenten zien en waarderen, dat we elkaars beperkingen begrijpen en elkaar er des te meer om liefhebben. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Aanvullende gegevens