Preek op het hoogfeest van Sacramentsdag door het jaar A, zaterdag/zondag 17/18 juni 2017.

De Eucharistie die wij hier vieren, het Sacrament van Brood en Wijn, zo eenvoudig en tegelijk zo groots.
A2017DHJ11ASacr

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerk van de H. Willibrord (Oegstgeest), Sint Jozef (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten – gezinsmis) om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

We vieren Sacramentsdag. Christus geeft ons een blijvend teken van zijn aanwezigheid. Zo ingetogen als Witte Donderdag is, zo feestelijk mag Sacramentsdag zijn. Het feest van God die in ons midden wil zijn.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L: Deuteronomium 8, 2-3. 14b-16a
Psalm: Ps. 147 B (147), 12-13, 14-15, 19-20
T.L: 1 Korintiërs 10, 16-17
All. Vers. Johannes 6, 51-52
EV: Johannes 6, 51-58

Homilie

Waarom vieren we Sacramentsdag? We hebben toch Witte Donderdag en we vieren toch elke zondag, meerdere keren per week, ja dagelijks de Eucharistie? Om dit feest te begrijpen moeten we een beetje terug in de geschiedenis.

In de Handelingen van de Apostelen lezen we (2, 46) over de apostelen, de leerlingen en de eerste Christenen: “Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis en genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart ...”

De Eucharistie en de Communie begon bij de leerlingen van Jezus als een dagelijkse viering. Ze kwamen dagelijks bij elkaar voor gebed, lofzang, lezing en tempelbezoek, ze vierden de Eucharistie bij een van de leerlingen thuis (dat heette het Breken van het Brood en dat kon niet in de tempel). Daarna volgde de agape-maaltijd, het vriendschapsmaal waarbij iedereen zijn voedsel met elkaar deelde en niemand tekort kwam. Zo begon het.

Bij de Eerste Christenen ontwikkelt zich in die tijd de zondagsviering als de belangrijkste op de dag van Jezus' verrijzenis. Toch zie je in de eerste eeuw dat er al een verflauwing optreedt. Want in de brief aan de Hebreeën lezen deze aansporing (10, 25): “Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen”.

In de eerste eeuwen moeten de Christenen veelal tegen de verdrukking in leven omdat er met regelmaat kleinere of grotere vervolgingen optreden. In die tijd komen de Christenen trouw bij elkaar, zij slaan de zondagen niet over, zij vieren de Eucharistie en gaan daarbij ook ter Communie. Wat zich daarna in de eerste eeuwen ook ontwikkelt is dat er een deel van het geconsacreerde Brood werd bewaard voor de zieken. Dat Eucharistisch Brood moest eerbiedig bewaard worden en daaruit ontwikkelde zich later ons tabernakel.

Kijken we nu naar de middeleeuwen, zo rond de achtste eeuw, de tijd van Karel de Grote, nog wat later rond het jaar 1000 en weer later, rond 1200, dan is het niet meer de gewoonte om regelmatig ter Communie te gaan. Wat deden de gelovigen dan in de Kerk als zij niet ter Communie gingen? Ze baden hun eigen gebeden en nog een paar eeuwen later keken ze naar de glas in lood ramen. Als de bel ging van de Consecratie, keken ze naar de opgeheven hostie. Dat was heel belangrijk, want dan deelden ze in de zalige aanschouwing, net zoals de engelen God aanschouwen in de hemelse heerlijkheid. De priester moest de Hostie dan ook lang opheffen, want die aanschouwing was belangrijk, daar kwamen ze voor, daar moest men de tijd voor nemen. Begin 12e eeuw verspreidt zich dan ook het gebruik vrij snel om de hostie in de monstrans te tonen. Een gouden vatting, vaak mooi versierd, waar de grote hostie in paste. Dan hoefde de priester Hem niet vast te houden en konden de gelovigen toch de Heer aanschouwen en aanbidden en zo op aarde al delen in de hemelse aanschouwing van de engelen.

Van Franciscus van Assisi in de dertiende eeuw, weten we dat hij de aanbidding van Christus in de monstrans sterk bevorderde. De heilige Johanna van Luik, een kloosterzuster die leefde van ca. 1198 – 1258, kwam met het verlangen om een speciale dag in te stellen om Christus feestelijk te eren omdat Hij in ons midden blijft door de Eucharistie. Op Witte Donderdag is de viering wel plechtig, maar kan niet feestelijk zijn vanwege Goede Vrijdag. Zij pleitte voor een aparte dag, Sacramentsdag. Hier is nog veel meer over te zeggen, maar vanaf 1264, nu ruim 750 jaar geleden, viert de Kerk dit feest van Sacramentsdag. Natuurlijk vieren we dat met een feestelijke Mis, maar dikwijls ook met een processie en een lof.

De eigenlijke dag was afgelopen donderdag, verwijzend naar Witte Donderdag. Maar dat is allang geen vrije dag meer in ons land. Dat is het wel nog steeds in verschillende andere landen. De sacramentsprocessie is wel in ons land blijven bestaan en strekt tegenwoordig ook weer in Amsterdam door de straten.

Dit is in vogelvlucht de geschiedenis. Het is goed te weten dat mensen in de loop van de tijd heel verschillend zijn omgegaan met de Eucharistie. Maar altijd was er die eerbied en die vreugde omwille van dit Sacrament.

In het Evangelie horen we Jezus zeggen: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid”. Hij is het levende Brood dat wij moeten eten, dat is heel zijn doen en laten, zijn voorbeeld, zijn Woord, zijn vergeving. Hem eten is in de eerste plaats Hem navolgen, zijn Woord in ons opnemen en in de praktijk brengen, dan eten we van Hem en zullen wij leven.

De Eucharistie die wij hier vieren, het Sacrament van Brood en Wijn, zo eenvoudig en tegelijk zo groots, is van dat alles het teken. Hier vieren we onder tekenen die werkelijkheid, zijn verbondenheid met ons, zijn opdracht om dit te blijven doen, dat wij herinneren wat Hij heeft voorgedaan en daar hier en nu ja en Amen op zeggen. Dan kunnen wij, gesterkt door zijn gave, door zijn Sacrament, Hem navolgen in het leven van alledag. Dan leeft Hij in ons, worden wij werkelijk Gods kinderen en begint Gods Koninkrijk. Amen.



Voorbede

Bidden wij tot God die ons in Christus nabij is:

Wij bidden voor de Kerk, dat alle gelovigen wereldwijd een eerbiedige vreugde mogen beleven omdat Christus in ons midden blijft door de Eucharistie. Vragen wij ook een verdere groei in de mogelijkheden om Christus te eren en in zijn nabijheid te zijn door de aanbidding van het heilig Sacrament. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat er meer ruimte komt voor de ervaring van wat heilig is en voor het mysterie van Gods aanwezigheid onder ons, dat allen daardoor eerbiediger omgaan met het leven van mens, dier en natuur. Wij bidden vandaag op vaderdag ook bijzonder voor alle vaders, ook de geestelijke vaders, dat God hen mag zegenen.(Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, wij vragen dat we samen wegen vinden om staande te blijven in een tijd waarbij geloof in God niet erg in tel is, dat de aanbidding, de stilte en de rust, allen mag helpen om innerlijke vrede te vinden bij God en elkaar. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat de zondagsviering meer en meer de dag van ontmoeting mag zijn van God met ons en van gelovigen onder elkaar, dat het een dag van de Heer mag zijn die in ons midden woont. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Aanvullende gegevens