Preek op de tweede zondag van de Veertigdagentijd door het jaar B, 24/25 februari 2018.

Ronduit zeggen: “Hij is de Zoon van God, Hij is de Messias, de Verlosser, Hij is onze toekomst, Hij maakt het verschil tussen leven en dood, geen mens kan aan hem tippen”, dat vinden ook veel Christenen best lastig.
B2018QDR02B

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerk van de H. Willibrord (Oegstgeest) en de Sint Willibrordus (Wassenaar) en de Kievietkerk (Oecumene, Wassenaar Zuid) om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Hoogtepunten en dieptepunten liggen soms dicht bij elkaar. Ze horen bij het leven. Door toppen en dalen heen mogen we God leren kennen. Zo mogen we Jezus leren kennen en ervaren hoe Hij ons leven en onze levensweg deelt.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L: Genesis 22, 1-2. 9a. 10-13. 15-18
Psalm: Ps. 116 (115), 10 en 15, 16-17 18-19
T.L: Romeinen 8, 31b-34
All: Vanuit een schitterende wolk ...
EV: Marcus 9, 2-10

Homilie

Hoeveel keer hebben we ze zien staan de afgelopen weken tijdens de Olympische kampioenschappen; 1, 2, 3, op de treden, met de vlaggen en het volkslied. Trotse sporters. Kjeld Nuis vertelde dat hij na zijn eerste gouden medaille niet in de roes was gebleven, maar al heel snel de knop om had gezet en zich had gericht op de volgende wedstrijd. Daar moest ik aan denken bij dit Evangelie. Dat moment boven op de berg duurt maar kort. Je moet er ook weer af en dan komen de problemen je meteen al tegemoet. Jezus Zelf spreekt dan al direct over zijn kruisdood en zijn verrijzenis. Net als het “Hosanna” en het “Kruisig Hem” bij zijn intocht in Jeruzalem. Hoogtepunt en dieptepunt.

Bij Abraham gebeurt het omgekeerd. Hij worstelt met God en met zijn beeld over God. Zijn God is de grootste, groter dan alle andere die geen goden zijn. Als anderen hun kinderen offeren aan hun goden, dan moet hij dat toch zeker doen voor zijn God. Het is religieuze verblinding, godsdienstige duisternis. God brengt hem in die beproeving, omdat Abraham die les nodig heeft. Abraham hoort geen onderscheid meer tussen Gods stem en die andere stemmen in zijn hart en daarom God daar aan mee. Tot Abraham het mes grijpt om zijn zoon te offeren. Stop Abraham. God is geen god van mensenoffers. Kijk, daar is een offerdier. God zelf heeft ervoor gezorgd. Een lijdensweg naar boven eindigt in een troostvol dankoffer. Zo moest Abraham God leren kennen.

Petrus had ook zoiets meegemaakt. Vlak voordat ze met Jezus de berg opgingen, had Jezus aan zijn leerlingen gevraagd: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Zij antwoordden Hem: Johannes de Doper, anderen zeiden Elia en weer anderen, dat Hij een van de profeten was.” Daarop stelde Hij hun de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus”. De Evangelist Marcus is daar kort over, maar Matteüs schetst een hoogtepunt voor Petrus als Jezus zegt: Jij bent Petrus en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen. Toch, meteen daarna, als Jezus begint te vertellen over zijn lijdensweg en kruisdood, en Petrus zich tegenover Jezus stelt en zegt dat dat niet mag gebeuren, haalt Jezus uit met het woord: “Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Hoogtepunt ‘steenrots’ en dieptepunt ‘satan’. Het ligt dicht bij elkaar.

Vandaag krijgt Petrus van de evangelist Marcus een vergoelijkend woord. Wanneer Petrus zegt: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Dan schrijft Marcus: “Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft”. Waarom schrijft Marcus dat? Er is een verschil tussen Marcus en de andere twee, Matteüs en Lucas. Bij Marcus lijkt het erop dat Petrus nog niet helemaal kan kiezen voor Jezus, om Hem te aanvaarden als Zoon van David, Zoon van God. Alsof hij met zijn woord: “Gij zijt de Christus”, nog niet door heeft wat dat betekent.

Als Jezus daar staat met zijn kleed, glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan, verschijnen Elia en Mozes en zij spreken met Jezus. Op schilderijen worden zij al snel afgebeeld zoals op de Olympische spelen. Jezus als de nummer één en de nummers twee en drie, Mozes en Elia naast Hem. Maar Petrus lijkt het te zien als drie groten naast elkaar. Zijn Jezus tussen die twee andere groten, tussen de Wet en de Profeten. Zijn Jezus is ook zo groot. Zo komt in zijn gedachte op om drie tenten te bouwen, een voor Jezus, een voor Mozes en een voor Elia. Een tent voor de Wet, een tent voor de profeten en een tent voor …, ja voor wat? Achteraf zal Marcus schrijven: “Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft”.

Dat moment lijkt wel wat op onze wereld. Het Christendom is de grootste religieuze beweging ter wereld. Toch hebben velen de neiging Jezus op gelijke hoogte te plaatsen tussen de groten der aarde. Tussen religieuze leiders, Boeddha, Chrisna, Mohammed. Tussen andere grote leiders, Gandhi, Nelson Mandela. Elke tijd maakt van Jezus zijn zijn eigen model, als revolutionair, als hippie, de gestripte Jezus, waarbij alle wonderen zijn weggeredeneerd en ga zo maar door. Ronduit zeggen: “Hij is de Zoon van God, Hij is de Messias, de Verlosser, Hij is onze toekomst, Hij maakt het verschil tussen leven en dood, geen mens kan aan hem tippen”, dat vinden ook veel Christenen best lastig.

Het is ook niet makkelijk. Godsdienstwetenschappers, sociologen, historici, zij zullen hem ook tussen de andere plaatse. Zonder vingerwijzing uit de hemel, zonder woord uit den hoge, blijven wij steken in menselijk afwegingen. Dan is Petrus eigenlijk heel Hollands om gewoon ieder zijn eigen tent te geven, alledrie gelijk. Petrus en ook onze wereld heeft Gods Woord nodig en dat gebeurt ook. Het is als een geregisseerd schouwspel. De wolk overschaduwt hen, ook de drie leerlingen die erbij zijn, uit die wolk klinkt een stem: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Dan kijken ze rond, wie van de drie is het en zien ze plotseling niemand anders bij hen dan … alleen Jezus. Stapsgewijs moeten ze ontdekken wie Hij is: Wie zeggen de mensen dat ik ben? Wie zeggen jullie dat Ik ben? Wie zegt de Vader dat Ik ben?

Via een ongekend zware weg moest Abraham God leren kennen. Petrus moest stapsgewijs met Gods hulp ontdekken wie Jezus is. Wij, op onze beurt mogen ook ontdekken wie Hij is, en zo door Hem wie God is en wat wijzelf mogen zijn. Laten we in dit jaar van gebed bij Hem zijn op de berg en met Hem afdalen om Hem na te volgen in het leven van alledag. Amen.



Voorbede

Bidden wij tot God die ons oproept tot bekering.

Wij bidden voor alle Christenen, om standvastigheid in het geloof, om zuiverheid in het verstaan van Gods Woord, om het licht van de heilige Geest, dat Hij ons Jezus leert kennen en naar zijn Woord doet luisteren. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, om een nieuw verdiept verstaan van wat godsdienst en godsdienstigheid betekenen naar het voorbeeld van Jezus. Om acceptatie van het unieke voorbeeld dat Christus ons geeft. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap, dat we in staat zijn te kiezen voor Christus, voor zijn voorbeeld, voor zijn weg, voor zijn levenshouding, voor zijn totale liefde, dat wij hem navolgen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we elkaars kwaliteiten erkennen, dat we onze talenten inzetten voor elkaar, dat we standhouden in de beproevingen. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties
 

Aanvullende gegevens