Preek op de vierendertigste zondag door het jaar A, Christus Koning, zondag 23 november 2014.

Leven wij werkelijk als kinderen van God, zijn we vrij van de machten van de duisternis? Is onze band met God en de naaste op zo'n niveau dat ons geloof ons weten overstijgt?
A2014DHJ34A

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van De H. Willibrordus (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten), om 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar eren wij Christus als Koning. Alle zondagen komen samen in dit feest. Des te belangrijker is het te beseffen wat zijn koningschap en wat Gods Koninkrijk betekent. In deze Eucharistieviering mogen we een voorproef smaken van het eeuwig gastmaal in Koninkrijk der hemelen.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L.: Ezechiël 34,11-12.15-17
Ps.: 23 1-2a, 2b-3, 5-6
T.L.: 1 Korintiërs 15,20-26.28
VE.: Mc. 11,9-10
Ev.: Matteüs 25,31-46

Homilie

“Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, ...” Wanneer de Mensenzoon komt. Wanneer komt Hij?

Voor deze dag staat als tweede lezing aangegeven de eerste brief van Paulus aan de Christenen van Korinthe. Daarin staat: “… allen zullen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens bij zijn komst, zij die Christus toebehoren; daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen …”

“… vervolgens bij zijn komst …” Met deze gedachte gaat het feest van Christus Koning naadloos over in de Advent. Want vandaag vieren we Christus Koning en de volgende zondag, met de eerste zondag van de Advent zien we uit naar zijn komst met Kerstmis.

Dan zullen we weer spreken over zijn drievoudige komst. Daarom is het goed vandaag stil te staan bij zijn wederkomst. Een artikel in Trouw van twee jaar geleden droeg de titel: “Jezus kwam niet terug; had hij zich vergist?”

Schrijvers vinden het leuk om zo'n vraag te stellen: of Jezus zich vergist had. Ik zou eerder de vraag willen stellen of de eerste leerlingen Hem niet goed begrepen hebben en of wij hem wel goed verstaan.

Het moet ons niet verbazen dat in de tijd van het Evangelie niet iedere Jood of Christen een even helder idee had over de Tora of het Evangelie. De Joden in de tijd van Jezus hadden een verlangen naar een Messias. Maar dat was vooral een menselijk verlangen, het verlangen naar een sterke man. Die sterke man zou dan ook het geloof in de ene ware God herstellen en overal doen gelden. Voor de meesten zou dat ongeveer de invulling zijn van het Rijk Gods.

De eerste Christenen hadden zo'n zelfde verlangen en hoop. Het verschil is dat zij Christus erkenden als de Messias, de vervulling van alle beloften. Er was nu een nieuwe tijd, Gods geest was bezig met de voltooiing. De wederkomst van Christus zou het eindpunt moeten zijn van die voltooiing van Gods Koninkrijk op aarde.

Maar als we nu verder kijken in het Evangelie, wat zien we dan? Bijvoorbeeld wanneer Jezus zijn leerlingen uitzendt, bij zijn laatste verschijning: "Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping (Mc. 16,15)." Daar is al het bewustzijn dat eerst het Evangelie over heel de aarde moet zijn verkondigd. Als Petrus en Paulus sterven in Rome is dat nog niet gebeurd. In de tijd van Augustinus ook niet. In de Middeleeuwen ook nog niet. Nu zelfs heeft een heel groot deel van de wereldbevolking geen weet van Jezus, van God als Vader, van de Boodschap van eeuwig leven en een nieuwe zingeving van ons bestaan. Dat besefte ook Paulus al, in zijn brief aan de Romeinen. “De verharding die over een deel van Israël gekomen is, duurt slechts totdat de massa van de heidenvolken is binnengegaan (Rom. 11,25).”

Wanneer komt Jezus terug? Ik denk dat net zoals men in zijn tijd een verkeerd idee had over de komst van de Messias, zo hebben we dat ook in onze tijd. Toen werd een mannetjesputter verwacht die Israël zou verlossen uit de macht van de Romeinen. Nu verwachten wij Jezus die met kosmisch geweld recht zal spreken en heel de mensheid door de zeef van de goddelijke gerechtigheid zal halen.

Zoals de eerste Christenen het Oude Testament moesten leren lezen door de ogen van Jezus, zo moeten wij ook alle uitspraken over de voltooiing en over Jezus' wederkomst vanuit Hem leren zien.

Waarom is Jezus gekomen? Hij kwam om ons mensen te verlossen van een al te aards bestaan. Israël was niet bij machte het heil over de hele wereld te verbreiden. Dat heeft Jezus door de Kerk gedaan. Maar leven wij werkelijk als kinderen van God, zijn we vrij van de machten van de duisternis. Is onze band met God en de naaste op zo'n niveau dat ons geloof ons weten overstijgt?

Laatst nog hoorden wij Jezus verzuchten: “Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden? (Lucas 18,8b)” Dat kunnen we betrekken op zijn eerste komst, maar zeker ook op zijn wederkomst.

Jezus' wederkomst is anders dan we ons kunnen voorstellen, maar dit is duidelijk. Hij is de norm waarop onze wereld, onze samenleving, onze politiek, onze rechtspraak, onze ethiek, ja ook waarop onze media, wetenschap en handel, zal worden beoordeeld. Dat is een gebeuren vanuit de binnenkant, vanuit een gezuiverd hart en een gezuiverde geest, als God alles in allen is.

Dat betekent ook gerechtigheid, oog voor de zwaksten, bereidheid tot vergeving en verzoening, alles wat Jezus ons geleerd heeft en wat de Kerk in de tijd probeert door te geven.

De vraag naar Jezus' wederkomst is in feite niet zo belangrijk. Het gaat er niet om wanneer Hij terugkomt, maar of wij er klaar voor zijn. Wat hebben wij gedaan voor de zwaksten? Hoe vast zitten wij aan geld en goed, aan status en invloed? Zoals ieder mensenleven eindigt, zo lopen ook culturen en systemen eens op hun einde. Wie zich naar Hem richt mag daar met vertrouwen naar uitzien. Want Hij zal de norm zijn van de voltooiing. Amen.



Voorbede

Pr.: Bidden wij tot God, onze Vader.

Lector: Wij bidden voor de Kerk over de hele wereld, voor alle gezagsdragers in de Kerk, dat zij Jezus eren als hun koning door Hem na te volgen; dat zij niet verlangen naar macht of aanzien, maar God en zijn kinderen lief hebben en dienen. (Laat ons [zin¬gend] bidden.)

Wij bidden voor hen die de volken regeren, dat zij in Christus de Goede Herder een voorbeeld vinden, dat zij bekommerd zijn om de kleinen en kwetsbaren, dat zij streven naar rechtvaardigheid en vrede. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor onze parochie, dat wij de werken van barmhartigheid in de praktijk mogen brengen als daden van liefde, dat wij zo tonen bij Christus te horen en kinderen van God te zijn. (Laat ons bidden.)

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat allen de liefde van Christus als hoogste norm nastreven, dat zij tijd maken voor innerlijk leven in woord en daad de naaste beminnen. (Laat ons bidden.)

Intenties

 

Aanvullende gegevens