Preek op de vijfde zondag door het jaar C (met audio), zaterdag/zondag 6/7 februari 2016.

Jezus stelt Petrus aan als herder over zijn kudde. Niet vanwege zijn menselijke of religieuze volmaaktheid, maar om vier dingen: Petrus heeft zijn Heer lief. Hij is bereid is zijn zonde te erkennen. Hij is bereid alles prijs te geven voor Christus. En hij is bereid Hem na te volgen.
C2016DHJ05C

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van de Sint Jozef, de Sint Willibrordus en De Goede Herder te Wassenaar, om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


 

 


Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Jezus stapt bij Petrus in de boot. Wat Petrus daarna meemaakt, verandert zijn leven. In de Kerk mogen ook wij dit ervaren, als de Heer in ons midden komt door Woord en Sacrament. Zondige mensen worden uitgenodigd de Heer na te volgen, met Hem verbonden te leven en door hem te worden uitgezonden.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

 



Lezingen

E.L: Jesaja 6, 1-2a. 3-8
Psalm: 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
T.L: 1 Korinte 15, 1-11 of 15, 3-8. 11
All: Johannes 8, 72
EV: Lucas 5, 1-11

Homilie

Stel nu eens dat Jezus in dat andere bootje was gestapt, het bootje van Jacobus en Johannes, en niet in die van Petrus. Hoe zou de Kerk er dan nu hebben uitgezien? Het lijkt zo toevallig, er liggen twee bootjes, er zijn teveel mensen aan het strand; Jezus wil vanaf de zee zijn toespraak voortzetten. Er staat in het Evangelie: Hij stapte in een van de boten, die van Simon …

Ik vermoed dat er geen woord zomaar in het Evangelie staat, daarvoor is er te lang aan deze teksten geschaafd. Hoe hebben de Eerste Christenen dit Evangelie verstaan? Toen dit Evangelie werd verkondigd en opgeschreven, was Jezus reeds lang teruggekeerd naar zijn Vader, Hij stond niet meer aan deze kant van de oever. Toch zet Jezus zijn verkondiging voort, tot op vandaag. Jezus doet dat vanuit het schip van de Kerk en daarin zoek ik de betekenis van wat we vandaag lezen; dat Jezus in het bootje van Petrus stapte.

Stel nu dat Jezus in dat andere bootje was gestapt, het bootje van Jacobus en Johannes, zou dat niet het teken zijn geweest dat Jezus een collegiaal en broederlijk bestuur wilde, een twee- of meermanschap zoals dat in het Romeinse rijk wel bestond? Het zou me niet verbazen als tien of twintig jaar na Christus' hemelvaart dit soort vragen hebben gespeeld. Dit Evangelieverhaal maakt duidelijk dat Jezus niet toevallig voor Petrus heeft gekozen.

Simon, de visser die mensenvisser wordt en die later door Jezus als herder en opvolger wordt aangesteld. Simon de rots, Simon Petrus, die Jezus driemaal verloochende en die driemaal moest getuigen dat hij Christus werkelijk liefheeft, meer dan de anderen. Petrus die later door Paulus wordt gekapitteld om zijn tweeslachtige houding, die Petrus, die zoals de traditie vertelt, bij zijn kruisiging ondersteboven wilde hangen, omdat hij zich niet waardig achtte net zo gekruisigd te worden als zijn Heer en Meester. Die zo menselijke Petrus, zien we vandaag op een belangrijk moment van zijn roepingsgeschiedenis.

En Petrus heeft het beseft. Jezus stapt bij hem in de boot, niet bij de twee broers. Petrus is de eerste die de kracht van Jezus' Woord zo intens zal ervaren, het Woord dat over het water zweeft en de harten van de mensen bereikt. Dat Woord van het Evangelie dat nog altijd klinkt over die zee van mensen aan de oever van onze tijd. Petrus, de visserman, die op het Woord van Jezus zijn netten uitwerpt.

Petrus was waarschijnlijk niet alleen in die boot, goede kans dat zijn broer Andreas er ook bij was en nog meer vissers, die in dienst van Petrus werkten. Maar zij worden niet genoemd. Aan alles merk je dat dit een verhaal is waarin extra aandacht is voor de roeping van Petrus.

Petrus heeft hier een dubbele ervaring: eerst de ervaring van zijn roeping, Jezus roept hem en de anderen om mensenvissers te worden, om de netten in de steek te laten en Hem te volgen. Maar Petrus ervaart ook een intens gevoel van onwaardigheid, zondigheid, tekortschieten, menselijk falen. Hoe kan Hij met Jezus meegaan? Hoe kan een mens zo dicht in Gods nabijheid leven? Dat houdt niemand uit, dat word je teveel, daar ga je aan onderdoor.

Hier deelt Petrus de ervaring van profeten vóór hem, zoals Jesaja in de eerste lezing: “Wee mij, ik ben verloren! Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon te midden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!” Jesaja beseft dat het omgaan met God van hem een zuiver leven en zuivere taal vraagt. Petrus beseft dat zijn woorden tot dan toe woorden van een visserman zijn, woorden die ver staan van het Woord van Christus. Het is als de ervaring van de Romeinse Honderdman die tegen Jezus zegt: “Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt.” En dat woord, van die honderdman, spreken wij elke Eucharistieviering na, wanneer we naderen tot de Communie; “Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden”.

Beleven wij dit nog zo? Het is in het Evangelie vandaag alsof wij getuigen zijn dat Petrus persoonlijk zijn biecht spreekt tegenover Jezus. “Heer, ik ben een zondig mens!” Wie voelt zich vandaag de dag nog een zondig mens? In de eerste helft van de vorige eeuw probeerde men de zonde te verklaren vanuit de psychotherapie. Na de zeventiger jaren klonk het gezegde dat de zonde was afgeschaft. In onze tijd lijken religieuze reinigingsriten plaats te hebben gemaakt voor reinigende sapkuren en extra vetverbranders, voor wellness en sauna, voor Yoga en Mindfulness. Maar wie God werkelijk ontmoet, doet de ervaring op van Jesaja en Petrus en de Romeinse Honderdman, “Heer, ik ben een zondig mens.”

Het wonder is niet dat Petrus van gewone jongen een superman wordt, heilig en volmaakt, sterk en sociaal, intelligent en wijs. Heel zijn leven zal een worsteling blijven met zijn gewone menselijke tekorten. Maar hij weet dat hij daarmee steeds bij zijn Heer kan terugkomen en steeds weer vergeving krijgen. Jezus neemt hem in dienst, meer nog, Hij stelt hem aan als herder over zijn kudde. Niet vanwege zijn menselijke of religieuze volmaaktheid, maar om vier dingen: Petrus heeft zijn Heer lief. Hij is bereid is zijn zonde te erkennen. Hij is bereid alles prijs te geven voor Christus. En hij is bereid Hem na te volgen. Met die vraag in zijn ogen kijkt Jezus ieder van ons aan. Amen.



Voorbede

Bidden wij tot God die ons roept om zijn kinderen te zijn.

Wij bidden voor paus Franciscus, dat hij zich steeds weet bevestigd door Christus die hem heeft geroepen en tot herder voor heel de kudde heeft aangesteld. Voor zijn ontmoeting met de patriarch van Rustland, dat het een ontmoeting mag zijn met Christus in hun midden. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor allen die leiding moeten geven, dat zij zich niet hoger achten dan anderen, maar zich uitgenodigd weten om in dienstbaarheid en met erkenning van eigen zwakte anderen voor te gaan. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden ook de diaconale voorbede: Onze Lieve Vader, die in de Hemel zijt, "Geef ons heden ons dagelijks brood" zodat wij, uw kinderen, met elkaar kunnen leven in het breken en delen van het brood dat U ons iedere dag geeft. Help ons dat wij nooit onze ogen en ons hart sluiten voor de armen en hongerigen in deze wereld, in het bijzonder in onze leefomgeving. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat allen klein durven zijn door het erkennen van tekorten en allen zich aanvaard weten vanwege de liefde van Christus. (Laat ons [zingend] bidden):


Intenties
 

Aanvullende gegevens