Preek op de tweede zondag door het jaar B, zaterdag/zondag 13/14 januari 2018.

Als ik Jezus opzoek, als ik achter Jezus aanga, wat verlang ik dan, wat wil ik dan, wat zoek ik dan? Het is een vraag die we onszelf regelmatig mogen stellen, als we naar de kerk gaan, als we gaan bidden, als we een geestelijk boek lezen; wat zoek ik?
B2018DHJ02B

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerk van Sint Willibrordus (Wassenaar), Sint Jozef (Wassenaar) en de H. Laurentius (Voorschoten), om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.
 



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Twee leerlingen ontmoeten Jezus. Wat er daarna gebeurt, verandert hun leven en het verandert de wereld. Wij worden uitgenodigd aan die verandering deel te nemen, die we hier vieren in de Eucharistie.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L: 1 Samuel 3, 3b- 10. 19
Psalm: Ps. 40 (39), 2 en 4ab, 7-8a, 8b-9, 10
T.L: 1 Korinte 6, 13c-15a;17-20
All. Vers. 1 Samuel 3, 9; Joh. 6, 69b - zie: GvL: 259
EV: Johannes 1, 35-42

Homilie

De lamp was nog niet gedoofd, dat lazen we bij de jonge Samuel. Je zou denken dat het dan laat in de avond is als de lamp wordt gedoofd, maar in de tempel is dat juist in de vroege ochtend, als het nog nacht is en de zon nog niet is opgekomen. Onze Godslamp die dag en nacht brandt bij het tabernakel, stamt af van deze lamp die hier genoemd wordt bij Samuel.

In die tijd werd de lamp aangestoken als het donker werd, bij zonsondergang, en gedoofd als de zon weer was opgekomen. Het is dus tegen het einde van de nacht als Samuel Gods stem hoort. Het was ook in zekere zin het einde van een andere nacht, de geestelijke nacht van Israël, Gods Volk. Want in die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor. Met de jonge Samuel begint een nieuwe dageraad, er is weer iemand die luistert naar het Woord van de Heer en de Heer spreekt tot hem.

Het valt op dat Samuel al een hele tijd in dienst is bij het tempelheiligdom. Toch heeft Gods Woord nog niet eerder tot hem geklonken. Zo kun je gedoopt zijn, gevormd en trouw naar de kerk gaan; je kunt priester zijn zoals Eli en heel je leven dienst doen in het Huis van de Heer, zonder dat je een visioen krijgt of rechtstreeks een Woord van God verneemt. Toch is het ook Eli, de oude priester met zijn ervaring die herkent dat de Heer Samuel roept en die hem wegwijs maakt in zijn omgaan met God.

Kijken we naar de tijd van Jezus, dan zien we dat Johannes de Doper zijn leerlingen wegwijs maakt. Net zoals Eli aan Samuel duidelijk maakt dat hij een luisterhouding aan moet nemen en zich open moet stellen voor het Woord van de Heer, zo zegt Johannes tegen zijn leerlingen: “Zie het Lam Gods.” Daarbij richt hij zijn blik op Jezus. Die leerlingen, Andreas en waarschijnlijk de jonge Johannes, gaan dan achter Jezus aan. Laten we daar wat beter naar kijken.

Andreas en Johannes ontdekken Jezus dus niet zelf. Zij hebben Jezus niet gevonden, het is Johannes die hen op Jezus wijst. Zo gaat het ook nu nog. Iemand zet een ander op het spoor van Jezus. Maar daarna moet die persoon wel zelf in beweging komen. In feite doet Johannes de Doper niet zoveel. Wat hij doet is wel van het grootste belang, maar daarna moeten deze twee leerlingen zelf aan de slag en dat doen ze, ze gaan achter Jezus aan.

Dan volgt het eerste contact. Nu neemt Jezus het initiatief over. Hij keert zich om en vraagt: “Wat verlangt gij?” Dat is een belangrijke vraag. Het is een vraag die we eerst voor onszelf moeten beantwoorden. Als ik Jezus opzoek, als ik achter Jezus aanga, wat verlang ik dan, wat wil ik dan, wat zoek ik dan? Het is een vraag die we onszelf regelmatig mogen stellen, als we naar de kerk gaan, als we gaan bidden, als we een geestelijk boek lezen; wat zoek ik? Deze leerlingen hebben hun antwoord klaar: “Rabbi, Meester, waar houdt Gij U op?” Ofwel: “Waar verblijft Ge?” je kunt het ook vertalen als: “Waar woont U?” Of: “Waar is uw woning?”

Deze leerlingen kennen Jezus nog niet. Ze hebben alleen dat wat Johannes over Jezus zei: “Zie het Lam Gods.” Ze weten dan ook niet wat ze van Hem kunnen verwachten. Waarschijnlijk hadden ze die vraag “Wat zoeken jullie” ook niet verwacht. Ze antwoorden: “Meester, waar verblijft Ge?” Dan volgt het antwoord van Jezus: “Gaat mee om het te zien.” “Komt en ziet!”

Wat zeggen wij als iemand ons vraagt naar het katholieke geloof? We mogen dan eerst denken aan die vraag van Jezus: Wat zoekt u in de katholieke Kerk? En dan dat tweede woord van Hem: Ga mee om het te zien. Iemand wordt welkom geheten in de kerk. Hij moet het gaan meemaken, zelf ervaren.

Daarna wordt het nog interessanter. Dan staat er: “Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.” Met andere woorden, het was in de loop van de middag en ze bleven bij Hem tot in de avond. Dat is alles. Meer staat er niet. Ze bleven bij Hem. Ze vragen waar Hij woont. Ze gaan mee. Ze blijven bij Hem … maar dan …: Toen Andreas bij zijn broer Simon kwam, zei hij: “Wij hebben de Messias gevonden.”

Hoe komt Andreas tot die conclusie? Wat heeft hij gezien, wat heeft hij ervaren in die uren dat zij bij Jezus waren? Het eerstvolgende wat hij doet is Petrus naar Jezus toe brengen. Misschien wel diezelfde avond nog. Alles komt in een stroomversnelling. Dat eenvoudige bij Jezus blijven, heeft de ommekeer bewerkt. Om die reden promoot de Kerk en promoten wij ook in onze parochie de momenten van stille aanbidding bij het uitgestelde Allerheiligste. Eenvoudig bij Hem verblijven, dan bewerkt Hij een verandering in ons hart.

Bij Samuel staat dat in die dagen een woord van de Heer een zeldzaamheid was en een visioen niet dikwijls voorkwam. Met Samuel brak een nieuwe lente aan. In de tijd van Jezus was er weinig aandacht voor de Heilige Geest en lag alles opgesloten in de Wet van Mozes. Met Jezus brak een nieuw tijdperk aan. Jezus doopt met de Heilige Geest en met vuur.

Wij zijn op initiatief van onze bisschop begonnen aan een jaar van gebed. Ik wil u uitnodigen vaker gewoon bij de Heer te zijn, Hem te ontmoeten in de stilte, Hem te ontmoeten in zijn Woord en Hem te ontmoeten in de liturgie, om Hem vervolgens ook te ontmoeten en te herkennen in de naaste. Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God die ieder van ons roept om zijn Zoon na te volgen.

Wij bidden voor alle mensen die door hun doopsel bij de Kerk horen, dat zij persoonlijk Gods Woord mogen horen, dat zij in zijn aanwezigheid komen en zijn goedheid ervaren. Dat zij dan komen tot een verdieping van hun geloof en hun leven. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, dat er meer ruimte komt voor zinvragen, openheid voor het mysterie van God en ontvankelijkheid voor de Boodschap van Christus. Dat er een nieuwe geloofslente aan mag breken. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat dit jaar van gebed voor ons allen een gezegende tijd mag zijn, dat we God mogen ontmoeten, dat we vooruit mogen gaan in de navolging van Christus, dat we ons ontplooien als kinderen van God. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; dat we elkaar op een goede manier mogen wijzen op Christus, het Lam Gods, dat we elkaar ondersteunen om de weg van geloof te gaan en Christus te zoeken. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Aanvullende gegevens