Preek op het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming, de twintigste zondag in het jaar A, weekeinde van 14 en 15 augustus 1999.

Maria is op veel manieren een grote vrouw, maar ze is boven alles groot in bescheidenheid. Bescheidenheid is in de eerste plaats belangrijk, omdat God zelf bescheiden is. Hij dringt zich niet op en geeft ons de ruimte. Maar ook omdat God alleen zijn grootheid kan tonen, als wij onszelf niet groot maken.
a99zdj20mth

Eucharistieviering op zaterdag 14 en zondag 15 augustus 1999 parochiekerk van de Heilige Bartholomeus te Poeldijk, door pastoor Michel Hagen, A.M.D.G.



Lezingen

EL: Openb. 11. 19a. 12, 1. 3-6a. 10 ab
TL: 1 Kor. 15, 20-26
EV: Lc. 1, 39-56

Homilie

Waarom is Maria zo geliefd? Jaarlijks reizen er meer dan een miljoen naar Lourdes. In de stand achterin de kerk vindt u allerlei wetenswaardigheden over Lourdes-bedevaarten. Dat is dan nog maar een van de vele Maria-bedevaartplaatsen. En laten we eerlijk zijn. De kaarsjes zijn ook hier in de kerk soms bijna niet aan te slepen.

Waarom is Maria zo geliefd? Komt het omdat zij vrouw is, omdat ze moeder is? Is het de dramatiek van een zware opera, waarin altijd doden vallen en tragische liefdes op niets dan ellende uitlopen? Is het de herkenning van de droom; een jong meisje dat door God wordt uitverkoren, een moeder die de kruisweg van haar zoon meeloopt, een vrouw die in een mannenmaatschappij verder komt dan welke andere man of vrouw ook!? Is het de mengeling van een onhaalbaar ideaal en een tragiek die door je hart snijdt?

Waarom is Maria zo geliefd? Inderdaad het begint met die wonderlijke uitverkiezing. God zelf vraagt haar. Haar Zoon is Gods Zoon. Haar kind is de Verlosser van de wereld. Zij, een gewoon meisje is echt een dochter van God de Vader, zij is bruid van God de Heilige Geest, zij wordt moeder van God de Zoon. Zo’n gewoon meisje.

Maar, dat laatste, is dat zo? Was Maria zo gewoon? In de ogen van de wereld wel, daar was ze zelfs te gewoon. Toen Maria op de vlucht moest met Jozef en haar Kind, was er hooguit een ezeltje. Toen Maria ontsliep, stonden er weinig treurenden langs de weg en lagen er geen bergen bloemen. Maar al tweeduizend jaar lang vinden mensen troost als ze kijken naar haar beeld, naar een klein plaatje, een icoon of een medaille. Voor de wereld was Maria absoluut niet interessant, zelfs bij de eerste Christenen bleef ze op de achtergrond, zo sterk dat slechts weinigen haar echte grootheid hebben gezien. Paulus schrijft in zijn brieven niet duidelijk over haar en in het Evangelie blijft ze steeds in de schaduw van haar Zoon. Gelukkig hebben de evangelisten Lucas, Matteüs en Johannes wel beseft hoe bijzonder deze vrouw was. Zo gewoon voor mensenogen, zo bijzonder in Gods ogen. Zo klein voor de wereld, zo groot voor de hemel.

Maria is een vrouw met zelfrespect, ze beseft heel goed wat er gebeurt. Wie van ons kan zeggen dat elk geslacht ons zalig zal prijzen, bij ons zou dat mateloos arrogant zijn. Maria zegt het en is zich de reikwijdte bewust. Zij is geen doetje, ze is een vrouw met kracht en talent. Een vrouw ook die voor haar keuzes staat, een die trouw blijft aan haar gegeven woord. Zij is echt vrouwelijk en moederlijk, we zien het zoals ze wordt afgebeeld met het kind Jezus op haar arm; haar moederhart is zo groot dat elke mens bij haar terecht kan. Ze is zuiver in denken en doen, naar geest en lichaam; ze is het model van de volmaakte bruid. Maria is een sterke persoonlijkheid, ze gaat de weg van het kruis en houdt vol tot het einde. Een vrouw dus met kwaliteiten, een vrouw die nadenkt, die alles wat ze meemaakt overweegt in haar hart. Maar een ding springt er bijzonder uit, Maria is ongekend bescheiden. Ze zingt het in haar lofzang: God zag welwillend neer op de kleinheid van zijn dienstmaagd. Zij is op veel manieren een grote vrouw, maar ze is boven alles groot in bescheidenheid.

Waarom is nu die bescheidenheid zo belangrijk? In de eerste plaats omdat God zelf zo bescheiden is. God dringt zich niet op en geeft ons de ruimte. Maar bescheidenheid is ook zo belangrijk omdat God alleen zijn grootheid kan tonen, als wij onszelf niet groot maken. De wereld gaat ten onder aan grote mensen. Groot in de ogen van de wereld. De wereld gaat ten onder aan groten die zichzelf steeds groter maken door anderen klein te houden. Maria is echt groot, zij maakt zich klein voor God en op dat moment kan God een nieuw begin maken.

Bescheidenheid is moeilijk, heel moeilijk. We prijzen het in mensen, maar het druist in tegen onze eigen verlangens en behoeften. Als een ander je niet kietelt moet je het zelf maar doen is een alledaags gezegde. We hebben behoeften aan complimenten, aan waardering en als we die niet krijgen, dan weten we het wel zo te plooien dat we het op een andere manier binnen krijgen. We lopen te koop met onze bezittingen, onze status, onze prestaties, het is zo gewoon, dat we het zelf niet meer door hebben. Dat geldt voor de leek evengoed als voor de priester of de religieus, u en ik, het zit erin gebakken.

En bij Maria vind je een bescheidenheid die volmaakt is. Zo volmaakt dat zij beseft dat ook zelfs die bescheidenheid Gods werk is. In niets zal zij op zichzelf roemen, zij roemt alleen op God.

Vandaag vieren we het feest dat God haar in zijn koninkrijk een definitieve plaats heeft gegeven, naast haar Zoon. En omdat in haar geen bederf was is haar lichaam ook niet bedorven. Omdat zij met lichaam en geest reeds volledig aan God toebehoorde, hoorde haar lichaam na haar overlijden niet meer aan de aarde maar aan de hemel.

Wat is het heerlijk om katholiek te zijn, om te beseffen dat wij Maria om hulp mogen vragen. Want zo bescheiden als ze toen was is ze nog. Ze blijft daar gewoon wachten op ons. Ze acht zich niet te groot voor ons gezeur, ze kijkt niet hooghartig rond, ze gaat niet prat op eigen verdiensten. Ze is daar gewoon voor God en voor ons. Ze is bij haar Zoon en als onze wijn op raakt, als de wijn van ons geloof betwijfeld raakt, onze hoop vervliegt en onze liefde is uitgeblust, dan spreekt ze daarover met haar Zoon.

Maria is zo volmaakt bescheiden dat God haar niet kan weigeren. Wat heerlijk om gewoon overdag die moeder erbij te vragen. En als we toch iets vragen. Misschien mogen we dan voor onszelf ook iets van die bescheidenheid vragen. Want dan kan God ook door ons grotere dingen doen. Dat we net zo sterk, karaktervol en idealistisch worden als Maria. Net zo gelovig en zuiver in hoofd, hart en handen. Dat we net als zij het kruis dragen en meedragen, volhouden en trouw blijven tot het einde toe. Maar bovenal, dat we van haar bescheidenheid leren, want daardoor blijft Maria zo geliefd, bij God en de mensen, in eeuwigheid. Amen.

Aanvullende gegevens