Preek op Christus Koning, de vierendertigste zondag door het jaar A, weekeinde van 23 en 24 november 2002.

Als je nu al leeft in Gods liefde, is het eindoordeel al geweest. Wanneer je sterft, laat je dan slechts je lichaam achter en leef je verder in God.
A2002DHJ34A

Eucharistieviering in de parochiekerk van de H. Bartholomeus te Poeldijk,  za./zo. 23/24 november 2002, 19.00/10.00 uur, door pastoor Michel Hagen. A.M.D.G.



Lezingen

E.L: Ez. 34, 11-12. 15-17.
T.L: 1 Kor. 15, 20-26.28.
EV:  Mt. 25, 31-46

Homilie

Sinds het huwelijk van onze kroonprins Willem Alexander met Máxima, maar ook sinds het overlijden van prins Claus, is het koningshuis weer sterk in de aandacht. Jarenlang echter komen er al geluiden uit republikeinse hoek dat het koningshuis haar politieke invloed moet loslaten. Zij denken daar waarschijnlijk bij: “Eigenlijk moet ook de titel koningshuis en Koninkrijk de Nederlanden weg, en natuurlijk moet dan ook het ‘koningin’ van Beatrix en over enige tijd mogelijk het ‘koning’ van Willem Alexander en het ‘koningin’ van Maxima weg.” Waar komen die sentimenten vandaan? Zou het er mee te maken hebben dat we aan de ene kant wel gevoelig zijn voor stijl, traditie, eerbetoon en alles daaromheen, maar tegelijk graag het gevoel willen hebben dat wie er boven mij staat toch niet teveel over mij te zeggen mag hebben. Hooguit accepteren we nog democratie, wanneer de meerderheid haar stem heeft uitgebracht.

Vandaag een wonderlijk Evangelie op een even wonderlijke feestdag. Want ook bij Jezus kom je deze tegenstelling in zekere zin tegen. Jezus Zelf toont Zich als dienaar, als knecht en slaaf. Op het eind van zijn leven kruipt Hij door het stof, sleept met de bovenbalk van het kruis, wordt gegeseld en gedood als een misdadiger. Maar tegelijk horen we in deze lezing Hemzelf zeggen: “Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van al zijn engelen, dan zal Hij plaatsnemen op zijn troon van glorie.” Hoort u het? Heerlijkheid, een troon van glorie, engelen die Hem omringen. Het staat in zo’n schril contrast met die eerste voorbeelden: dienaar, slaaf, knecht, gekruisigde.

Wat hebben deze twee kanten met elkaar te maken? Want blijkbaar, wanneer we naar Jezus Zelf luisteren, sluiten zij elkaar niet uit. We hoorden het ook in de tweede lezing: “Het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. En de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.” Hier hetzelfde: Koningschap, vijanden onderwerpen en vernietigen. Het lijkt weer van die Oud-Testamentische taal, over glorie, kracht, eer en roem, die naar ons gevoel haaks staan op dienstbaarheid en lijden voor anderen. Nogmaals, we zullen verder moeten kijken, want als Jezus Zelf beide beeldspraken gebruikt, dan moet er een diepere eenheid bestaan.

Misschien is het goed om eerst eens naar die vijanden te kijken. De laatste vijand is de dood. Wat de eerste vijand is, staat er niet. Ook niet hoeveel vijanden er zijn, maar we komen wel op het spoor over wat voor soort vijanden het gaat. Het gaat niet over gewone mensen, niet over soldaten of politici, over boeven of bedriegers. ‘De laatste vijand’ brengt ons op het spoor over wat voor vijanden het gaat. De laatste vijand is de dood. De dood heeft in de Bijbel alles te maken met zonde en zonde met de strijd tussen goed en kwaad. En goed en kwaad heeft alles te maken met de geestelijke strijd in ons hart, met de invloed van kwade machten. Paulus schrijft aan de Efeziërs: “Onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelen (Ef. 6,12).”

Komen we hiermee iets verder? Toch wel iets. Als Herodus bang wordt, omdat Jezus wordt geboren, de koning van de Joden, dan is hij bang voor zijn aardse koninkrijk. Als Jezus voor Pilatus staat, zal Hij zeggen: “Ja, Koning ben ik”.  “Maar mijn koningschap is niet van deze wereld, dan hadden mijn mensen er wel voor gestreden, nee, mijn koningschap is niet van hier.” Wat is nu dat koningschap van Jezus? U kent de antwoorden uit het verleden. Aan kinderen wordt het soms nog wel zo verteld: “Jezus is de koning van ons hart.” En dat is waar en goed. Maar het vraagt nog wel enige uitleg. Jezus is koning van het heelal, dat klopt ook, maar vraagt ook enige uitleg. Net zoals zijn uitspraak, dat zijn koningschap niet van deze wereld is. Het vraagt allemaal enige uitleg. Als het zo vanzelfsprekend voor ons mensen was geweest, dan had Jezus zich niet zoveel moeite hoeven te getroosten om ons iets te leren. Hij brengt ons iets, wat we uit onszelf nooit zouden bereiken.

Vandaag daarom die lezing over de scheiding tussen schapen en de bokken. Soms discussiëren mensen, waaronder theologen, over de vraag wanneer dat nu zal zijn die rechtspraak. Het moet toch haast wel iets aan het einde zijn. Is dat het einde van de wereld? Hoe moeten we ons dat voorstellen? Als Paulus zegt dat de dood de laatste vijand is, dan weten we dat het dus ook niet om legers zal gaan of oorlogen met atoomwapens, dat zijn slechts technische variaties op de eeuwenoude strijd tussen mensen onderling. Nee, de echte strijd vindt op een heel ander niveau plaats. Sinds we weten dat de schepping van de mens zo’n honderdduizend jaar heeft geduurd en nog steeds verder gaat, sinds we daar meer zicht op hebben gekregen, zijn we het scheppingsverhaal van de mens in één dag, wat anders gaan bekijken. Wanneer die ene dag van God in onze werkelijkheid zo’n honderdduizend jaar heeft geduurd, dan hoeft deze eindrechtspraak door de Mensenzoon ook niet iets van vijf minuten na de ondergang van de wereld te zijn.

Je kunt dan ook zeggen dat Gods eindoordeel al bezig is, al begonnen is met Jezus’ veroordeling en kruisdood. En dat eindoordeel wordt steeds weer realiteit als iemand sterft en voor Gods aangezicht komt te staan. Het heeft geen zin te vragen: “Wanneer is het eindoordeel of waar en hoe laat zal het beginnen?” Want ook van het Rijk van God kun je niet zeggen hier is het of daar. In dit Evangelie toont Jezus ons een perspectief. Net als de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Als Lazarus sterft, dragen engelen hem in de schoot van Abraham. Als de rijke sterft is hij ten prooi aan helse pijnen. Het leven hier op aarde is het voorspel op dat wat komt, maar vanuit de wereld gezien precies omgekeerd. Zijn het hier de machtigen en rijken die het voor het zeggen hebben, die hier een goed leven hebben. In Gods rijk, hebben ze niets meer, tenzij ze anderen in die goede dingen hebben laten delen. Hebben hier de brutalen de halve wereld en de egoïsten de andere helft? Daar zijn het de nederigen van hart die het Rijk van God zullen erven.

Is Jezus hier op aarde een dienstknecht, een verschoppeling, verstoten, verbannen, gedood, dan is Hij in Gods Rijk de levende, de koning, de rechter. Gods Rijk is deze wereld omgekeerd. Voor ons is dit een uitnodiging. Zoek het niet in luxe en comfort, in genieten en je voordeel halen. Dat is geluk dat je hier op aarde moet achterlaten. Zoek het in het geluk dat je meeneemt, in goedheid, deemoed, zachtheid en geduld, liefdevol elkaar verdragend, uitdelend in milddadigheid, oog voor de kleinen. Want let op, die kleinen zijn straks de groten, en ze zijn het nu reeds in Gods ogen. God ziet zijn Zoon in hen. En als wij hen nabij zijn, zal Hij ook zijn Zoon in ons zien. Wanneer we hier zo leven, dan is het oordeel al geweest, dan zijn we er al aan voorbij, dan vallen we niet meer onder het oordeel, dan leven we in Gods liefde, dan is God zelf de gast van ons hart. Dan laten we slechts ons lichaam achter en leven we verder in God, in liefde, leven en vreugde.
Ik vermoed dat als Prins Willem Alexander perspectief zoekt voor zijn koningschap, hij van deze koning kan leren wat voor koningschap werkelijk toekomst heeft. Amen.

Aanvullende gegevens