Preek op de elfde zondag door het jaar B, za/zo 16/17 juni 2018.

Je komt het Rijk van God niet binnen door mee te drijven op de golven van de tijd. Een luxe Westers welvaartsgeloof houdt geen stand. Daarmee drijf je verder weg. Een beetje spartelen is nog geen zwemmen tegen de stroom op.
B2018DHJ11B

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerken van Sint Willibrordus (Wassenaar), H. Joannes de Doper (Katwijk) en de Goede Herder (Wassenaar), om 19.00, 09.30 uur en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Jezus spreekt vandaag over het mosterdzaadje. Het gaat echter niet om zomaar een lieftallig beeld voor tuinliefhebbers, maar om de kracht van Gods Koninkrijk. Aan die kracht kunnen wij deel krijgen door de Eucharistie.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L: Ezechiël 17, 22-24
Psalm: Ps. 92 (91), 2-3, 13-14, 15-16
T.L: 2 Korinte 5, 6-10
All. Vers. Lucas 19, 38
EV: Marcus 4, 26-34

Homilie

Soms hoor ik verdriet doorklinken in gesprekken met grootouders, als ze constateren dat hun kinderen niet meer naar de kerk gaan, thuis niet meer bidden, niet bezig zijn met geloof en de kleinkinderen niet meer laten dopen. Verdriet met een verzuchting dat ze alles hebben gedaan en de vraag: “Wat hebben we fout gedaan?” Waar gaat het heen met onze Kerk? En waar gaat het heen met onze wereld? Die vraag klinkt alle eeuwen door en is niet nieuw voor onze tijd.

Ezechiël in de eerste lezing, leefde en werkte onder het Joodse Volk in de tijd van de Babylonische ballingschap, de tijd ook van de profeet Jeremia. Ezechiël ziet rondom zich het Joodse Volk in Babylon, maar in plaats van bekering en terugkeer naar Gods Verbond, in plaats van religieuze verdieping en grotere trouw, ziet hij steeds hetzelfde halfslachtige gedrag, het oude gedrag dat hij voor de ballingschap in Jerusalem ook zag. Om moedeloos van te worden.

Toch houdt Ezechiël de Joden daar een uitzicht voor. God zelf zal ingrijpen, God zal iets nieuws beginnen. Wat nu groot en machtig is, Babylon, zal ineenstorten en vallen als een dode boom. Een jonge twijg, geplukt uit de top, zal God zelf planten en doen groeien. “Daaronder zullen alle vogels van allerlei gevederte nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nesten bouwen”.

Jezus in zijn tijd, onder de Romeinse bezetting, pakt die beeldspraak op voor het Rijk van God. De val van Babylon is dan al 500 jaar geleden. Jezus gebruikt de beeldspraak met de parabel van het mosterdzaadje. Ook dat is klein, net als dat takje van Ezechiël, maar het zal groeien “... en het krijgt grote takken zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”

Grote wereldrijken storten ooit weer in. Een oud militair, Sir John Glubb, had het idee dat dit soort heerschappijen niet langer standhouden dan zo’n 10 generaties, hooguit 250 jaar. Jezus zegt op een goed moment (Matteüs 5,18): “Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat een jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is”. De godenhemel van het Babylonische Rijk is vergaan, die van het Perzische Rijk daarna ook, die van het Romeinse Rijk ook. De hemel van Christus houdt al duizenden jaren stand, maar wordt wel bestormd door de ideologie van het atheïsme. De heerschappij van al die aardse wereldrijken eindigde meestal in decadentie en mentale zwakte. Zo zal het ook gaan met de nieuwe wereldrijken in deze tijd en in de toekomst. Maar wereldrijken worden nooit moeiteloos ingenomen of gevestigd. Nieuwe heersers doen dat met man en macht. Dat is met het Rijk der hemelen niet anders, alleen zijn het doel en de wapens van een heel andere orde.

In dat licht is een uitspraak van Jezus veelbetekenend: “Van de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Rijk der hemelen zich met geweld baan en geweldenaars maken het buit” (Matteüs 11,12). En: “Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen” (Matteüs 5,20).

Wanneer loopt onze cultuur dood? Dat is moeilijk te zeggen. Sommigen verwachten het spoedig, anderen denken dat het nog zeker honderd jaar kan duren. Weer anderen maken onderscheid in land en werelddeel. Onze paus spreekt regelmatig over het milieu. De klimaatverandering, zo zegt hij, begint in het mensenhart. Daar moet het overwonnen worden. Om de verandering te keren, moeten we met grote kracht, en geweldige inspanning, gepaard met echte offers de aarde behouden voor de volgende generaties. Gelovigen mogen daarin voorop gaan.

Zo is het ook met het Rijk van God. Je komt daar niet binnen door mee te drijven op de golven van de tijd. Een luxe Westers welvaartsgeloof houdt geen stand. Daarmee drijf je verder weg. Een beetje spartelen is nog geen zwemmen tegen de stroom op. Als je alles vast wil houden word je te zwaar en zink je. Je komt het Rijk van God ook niet binnen door militair geweld of geweldige zakelijke prestaties. Je komt er alleen binnen door het geweld van de heiligen, dat is Jezus navolgen, het medicijn van zijn genade dat genezing brengt tot je nemen en zo geholpen met kracht aan jezelf werken.

In onze tijd is die mentaliteit lastig te verwerven, we zijn consumenten geworden die alles kunnen kopen, met warm water uit de kraan en al onze bezittingen goed verzekerd. Soms zie je het wel bij sporters of mensen met heel sterke idealen. Deze dagen staat Ronaldo in de picture, een goede voetballer. Maar ook voor hem geldt dat hij keihard moet trainen, dat hij geregeld het leven leidt van een asceet en gefocust moet blijven op het doel. Hij verdient bakken met geld, maar heeft weinig tijd om ervan te genieten.

Paulus gebruikt dat beeld van de sporter als voorbeeld voor ons Christenen (1 Korinte 9, 23-27). Die mentaliteit moeten we hebben, maar met andere wapens (Efeziërs 6, 11-18). Nog radicaler, nog strijdbaarder, maar die strijdt begint in ons eigen hart, we kiezen radicaal voor Christus en zijn Kerk. Geen offer was Hem te groot. Maar daarbij gaat om liefde, dienstbaarheid, trouw, inzet voor God en de naaste tot opbouw van een rechtvaardige wereld; of zoals onze bisschop herhaaldelijk zegt, een netwerk van liefde tot opbouw van een beschaving van liefde. Over die kracht zegt Jezus: Het is als een mosterdzaadje; het begint klein, maar groeit onweerstaanbaar. Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God in geloof en vertrouwen.

Wij bidden voor alle Christenen, om een groot geloof en een krachtige liefde, zodat zij in staat zijn de weg van Jezus met grote inzet en moed te volgen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, voor klimaatwetenschappers en industriëlen, voor politici en economen, dat zij winst niet laten voorgaan op de duurzaamheid van onze planeet. Dat ze bereid zijn moeilijke beslissingen te nemen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, dat we waakzaam zijn voor ons eigen geestelijk klimaat, dat we ons niet in slaap laten sussen door onze welvaart, dat we tegen de stroom in durven gaan. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; we vragen om een nieuwe en krachtige geloofsmentaliteit naar het voorbeeld van Christus, zodat geloof, hoop en liefde voorrang krijgen op bezit, carrière en genot. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Aanvullende gegevens