Wat is de toekomst van de Kerk? Die vraag is van alle tijden. Augustinus in zijn tijd zag de barbaren naar Rome trekken. Rond de Franse Revolutie dachten velen in Frankrijk dat dit het einde van de Kerk betekende. Zo’n 700 jaar voor Christus, in de tijd van Jesaja, maakt Israël een moeilijke periode door. De koningen zoeken steun bij een ander groot en machtig land. Jesaja heeft maar één boodschap: Niet doen, klop niet aan en vertrouw niet op een vreemde mogendheid; vertrouw op God, vertrouw alleen op Jahweh (Jesaja 2, 22. 7, 1-9).

Jezus heeft voorzegd dat de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen (Matteüs 16, 18). Hij zegt ook: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst nog geloof op aarde vinden?” (Lucas 18, 8). Daarmee geeft Hij aan dat de voortgang van de Kerk niet alleen op Gods belofte steunt, maar dat het ook afhangt van onze inzet, ons geloof, onze trouw en met name of wij de rechtvaardigheid daadwerkelijk in de praktijk brengen.

Jezus spoort ons aan als een trainer: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen” (Lucas 13, 22-30). Middelmatigheid is niet voldoende. Een beetje meedoen – we zien wel wat het wordt – als er een hemel is, is dat mooi meegenomen – God is goed, geen krentenweger … zo’n houding typeert een kerkelijke zesjescultuur. Een aardse economie gedijt niet met middelmatigheid en zo is het ook met het Rijk der Hemelen; dat is niet voor mensen van een kerkelijke zesjescultuur. “Spant u tot het uiterste in …” zegt Jezus.

Maar … als het dan niet lukt? Als je het geloof hebt doorgegeven aan je kinderen, maar ze doen er niets meer mee. Als je ziet dat ze wel aardig zijn voor elkaar, maar huwelijken toch spaak lopen en de kleinkinderen het geloof niet meekrijgen. Als bidden een vreemd verschijnsel is geworden. Als God is vervangen door ietsisme en atheïsme. Als de wereld zichzelf naar de vernieling helpt. Waar haal je dan het geloof en de hoop vandaan om door te gaan, om blijmoedig te blijven? Die kracht halen we in de Mis, in gebed, in de aanbidding. Die halen we in het sacrament van de verzoening, de biecht; daarin vinden we vergeving voor ons eigen falen, en ervaren we bemoediging in Gods barmhartigheid. In het gebed vinden we de troost en inspiratie en in de Mis kracht en de bevestiging door Gods Verbond met ons. Zo houden we stand en kunnen we doorgaan in geloof, hoop en liefde.

Pastoor Michel Hagen
Katholiek Nieuwsblad 6 september 2019/36, #18.

Aanvullende gegevens