De kracht van God in ons, komt voort uit de liefde die God in ons hart stort, de liefde voor Christus en zijn Kerk, de liefde voor de mensen voor wie Christus het lijden en de kruisdood heeft aanvaard.
C2019DHJ05-03-C

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerk van: St. Jozef (Wassenaar), om 9.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


 


Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, eerst u, bisschop Adrianus, dan ook de teamleden, de assistenten en de koorleden, maar ook u allen die vandaag hier naar de Jozef bent getogen.

Zondag hebt u uw 25-jarig bisschopsambt feestelijk gevierd in de kathedraal. Maar vandaag is het de eigenlijke dag. Omdat ik deze zondag een vaste assistent moest missen, kon in niet naar Rotterdam komen. Daarom ben ik extra verheugd het vandaag een heel klein beetje over te kunnen doen. Daarbij wil ik ook in herinnering roepen dat u dit jaar ook 55 jaar priester bent en 65 jaar Salesiaan. We verheugen ons vandaag met u samen hier de Heer te danken in deze Viering van zijn Nieuwe Verbond.



Lezingen

E.L: 2 Timoteus 1, 6-14
Psalm: Ps. 89
T.L: ---
All. Vers. GvL 241
EV: Johannes 15, 9-17

Homilie


We hebben vandaag gelezen uit de tweede brief aan Timoteus omdat dit de lezing was die klonk bij de bisschopswijding van bisschop van Luyn. In deze lezing komt ook de wapenspreuk van bisschop van Luyn voor: “Collabora Evangelio”. In het Grieks staat daar sygkakopatheson toi euangelioi. In dat woord “sygkakopatheson” klinken meerdere woorden door. Het is inspanning, maar ook lijden. In dit woord klinkt het paschein door, dat is het lijden van Christus en daarmee ook het lijden van de Christenen, en dus ook het lijden van Paulus en van alle leiders in de geloofsgemeenschap. Het is werken, inspanning, maar ook lijden voor het Evangelie.

Deze woorden maken deel uit van een langere zin. Dat hoorden we daarnet. “Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God …” Je kunt je taak in Gods koninkrijk, in zijn wijngaard niet op je nemen uit eigen kracht. Daarom begint Paulus ook te zeggen: … Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen”. Door de oplegging van zijn handen; daarmee is meteen de link gelegd naar de bisschopswijding.

Een bisschop is een episkopos, een opziener. Paulus zegt in zijn eerste brief aan Timoteus: “Dit woord is betrouwbaar: streeft iemand naar het leidersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak”. Het bisschopsambt is in de ogen van Paulus een voortreffelijke taak. Hij noemt dan ook meteen een aantal dingen waar zo’n opziener aan moet voldoen. Wat hij daar schrijft kun je toepassen op de bisschop en op de priester. Even later noemt hij ook zo’n rijtje waar de diaken aan moet voldoen. Voor een voortreffelijke taak in Gods Koninkrijk moet je enige eisen stellen. En al klinkt bij de wijding de vraag of iemand dat waardig, waar dan jaa op geantwoord wordt. Toch zegt ook elke bisschop voor de Communie: Heer ik ben niet waardig. Want voorop blijft staan dat niemand hierin iets kan bewerken uit eigen kracht: “Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God …” Een bisschop moet dan ook als eerste steeds terug naar Christus, zijn band met Christus is het fundament van zijn ambt. En ook dat geldt evenzeer voor de priester en de diaken.

In een andere brief, die aan de Christenen van Korinte, heeft Paulus het ook over taken in de Kerk, in het lichaam van Christus. Allemaal zijn wij geroepen en als zodanig zijn wij lidmaten van dat ene lichaam. Wij kunnen niet allemaal dezelfde taak uitoefenen: Paulus schrijft dan: “God heeft in de kerk allerlei mensen aangesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten, dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal. Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners? Hebben allen gaven van genezing? Spreken allen in vervoering? Kunnen allen uitleg geven? Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles”.

“Gij moet naar de hoogste gaven streven”, zegt hij. En zonet hoorden we net zoiets: “Dit woord is betrouwbaar: streeft iemand naar het leidersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak”. Paulus juicht het toe als je probeert een wezenlijke bijdrage te leveren aan Gods Koninkrijk, als je daarin al je talenten wilt inzetten en daartoe een passende taak vervullen. “Maar”, zegt hij: “Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles. En dan volgt het hooglied van de liefde: “… Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets”. “Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer”.

En dat brengt ons bij het Evangelie van vandaag. Ook die lezing komt uit de wijdingsmis van bisschop Adrianus. “Dit is mijn gebod” zegt Jezus, “dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. “Als ik de liefde niet hebt, ben ik niets” zegt Paulus. Twee woorden komen zo bij elkaar: Liefde en lijden. De last verduren bij de inspanning en het lijden voor het Evangelie; uit liefde. De kracht van God in ons, komt voort uit de liefde die God in ons hart stort, de liefde voor Christus en zijn Kerk, de liefde voor de mensen voor wie Christus het lijden en de kruisdood heeft aanvaard. De oplegging van de handen, zoals Paulus herinnert aan Timoteus, heeft voor Paulus zelf een zeer diepe betekenis. Na zijn bekering op weg naar Damascus zijn hem de handen opgelegd. Maar even daarvoor zei Jezus tegen Ananias: “Ik zal hem (Paulus) laten zien, hoeveel hij om mijn Naam moet lijden” (Handelingen 9,16).

Delen in de zending van Jezus betekent ook delen in zijn lijden voor het Evangelie. Ook dit geldt niet alleen voor een bisschop, het geldt eveneens voor de priesters en de diakens, ja het geldt voor elke gelovige die bereid is zich in te spannen voor Gods Koninkrijk. Zo kan Paulus aan de Christenen van Kolosse schrijven: “Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam, dat is de Kerk” (Kolossenzen 1,24). Delen in het lijden van Christus en zo aanvullen wat nog ontbreekt, dat wat nog nodig is in onze tijd voor de verlossing van de mensen in deze eeuw.

“Dit is mijn gebod, zegt Jezus, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. Bisschop Adrianus is God dankbaar voor zijn roeping en zijn zending, wij vieren dat met hem. Wij zijn God dankbaar dat Hij door bisschop Adrianus in onze tijd het werken voor het Evangelie heeft voortgezet. Wij zijn God evenzeer dankbaar dat we zelf ons deel daarin mogen bijdragen, als lidmaat van zijn Lichaam en aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus. De lezingen herinneren ons eraan dat daarvoor de kracht van God nodig is die ons in staat stelt lief te hebben, waarachtig lief te hebben, zo lief te hebben dat we het lijden omwille van Christus en zijn Kerk aankunnen. Wanneer wij delen in zijn lijden, zullen wij ook delen in zijn verheerlijking (vgl. Romeinen 8,17). Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God die ons allen roept tot zijn Koninkrijk.

Wij bidden voor de Kerk, voor paus en bisschoppen en vandaag bijzonder voor bisschop Adrianus, dat God zijn Kerk blijft leiden door de tijd heen, dat Hij de leiders kracht geeft om Christus en zijn Kerk lief te hebben en te durven delen in het lijden van Christus omwille van het Evangelie. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor de politiek en onze samenleving, om een nieuwe beleving van evangelische waarden en normen; dat het Evangelie weer volop mag klinken, zodat het de harten bereikt van alle mensen van goede wil, dat zij Christus leren kennen, Hem beminnen en navolgen; dat zij zo lidmaten worden van zijn Lichaam dat de Kerk is. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor het bisdom Rotterdam, om spiritualiteit, soberheid en solidariteit, wij bidden voor onze priester- en diakenopleiding Vronesteyn, om roepingen, dat velen geraakt door de liefde van Christus zich willen geven aan zijn Kerk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; om een oprecht streven naar een voortreffelijke bijdrage voor Gods koninkrijk, om liefde die van lijden weet, om trouw in de opdracht die God ons toevertrouwt. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties




Eerste lezing (2 Timoteus 1, 6-14)

Dierbare, vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God, die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade. Van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus, is zijn genade nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie. Van dit evangelie ben ik aangesteld als heraut en apostel en leraar. Daarom moet ik ook deze nieuwe beproeving ondergaan, maar ik schaam er mij niet voor, want ik weet Wie ik mijn vertrouwen heb geschonken, en ik ben ervan overtuigd, dat Hij bij machte is ongerept te bewaren wat mij is toevertrouwd, tot aan de grote dag. Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus. Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.

Evangelie (Johannes 15, 9-17)

In die tijd zei Jezus: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt”.
 

Aanvullende gegevens