Beluisteren Kindercatechese over Maria deel I (MP3)

 


Kennen jullie Maria? Zij is de moeder van Jezus. En ze is ook onze moeder in de hemel.

Vandaag willen we jullie iets meer over haar vertellen. We vertellen jullie daarom een aantal verhalen uit het Evangelie die ook iets over het leven van Maria vertellen. Deze keer vertellen we over de tijd dat Jezus opgroeit tot Hij ongeveer 12 jaar oud is. Zo weten jullie wat Maria heeft meegemaakt. Maar belangrijker nog: we leren haar daar beter door kennen. Elk verhaal vertelt ons iets over wie Maria is. Het zou mooi zijn als jullie voor elk verhaal zingen “Ave ave ave Maria (2x)”

I. De engel komt bij Maria

Het eerste verhaal is het verhaal van de engel Gabriël die de blijde boodschap aan Maria brengt.

“Ave ave ave Maria (2x)”

"God stuurt een engel naar Maria.
De engel zegt: ‘Dag, Maria’.
Maria schrikt.
De engel zegt: ‘Je hoeft niet te schrikken, ik heb heel goed nieuws. Je krijgt een kindje. Dat kindje heet Jezus. Hij is de zoon van God.’
Maria zegt: ‘Dat kan toch niet?’
‘Jawel’, zegt de engel, ‘God Zelf zorgt ervoor’.
‘Dan is het goed’, zegt Maria."

***

We horen dat Maria een bezoek krijgt van een engel. Ze schrikt ervan. De engel vertelt haar iets heel bijzonders: ze zal een kind krijgen, die Jezus heet en de zoon van God is. Dat is niet niks! Maar Maria vindt het goed omdat God er zelf voor zorgt. Maria vertrouwt op God.

Het is echt heel bijzonder dat God Maria heeft uitgekozen om de moeder van zijn zoon te worden. God houdt natuurlijk veel van Maria; zij heeft een bijzondere plaats in het hart van God.

II. Maria op bezoek bij Elisabet

Het tweede verhaal gaat over het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabet.

“Ave ave ave Maria (2x)”

We hoorden net dat de engel Maria vertelt dat ze de moeder van Jezus wordt.
Hij vertelt ook nog iets anders.
De engel zegt:
Ik mag je nog iets zeggen. Elisabet jouw oudtante krijgt ook een zoon.
Iedereen zei dat het niet kon, maar God maakt het mogelijk.
Toen ging de engel van haar weg.

En weten jullie wat Maria dan doet?
Maria gaat op reis. Ze gaat naar Elisabet en Zacharias, die wonen in de bergen. Ze gaat Elisabet helpen, omdat ze weet dat Elisabet een kindje krijgt en al wat ouder is.
Ze gaat het huis binnen en zegt:
“Wees gegroet Elisabet, de Heer is met u”
Nu gebeurt er iets bijzonders.
De Heilige Geest maakt Elisabet blij.
Ze voelt dat haar kindje in haar buik een sprongetje maakt.
En ze zegt:
‘Maria ben jij het! Ongelofelijk! Van alle vrouwen op de wereld ben jij het die moeder wordt van Gods zoon. En nu kom je naar mij toe, jij, de moeder van mijn Heer. Waar heb ik dat aan te danken?
Ik had je groet nog amper gehoord en meeteen voelde ik het nieuwe leven van mijn kindje. Maria wat een geluk, dat je gelooft dat God zal doen wat Hij je heeft beloofd.’
Maria is blij en ze wil God bedanken. Daarom maakt ze een lied, een gedicht voor God.

***
Hebben jullie het gehoord? Als Maria komt worden mensen heel blij. Zelfs het baby’tje in de buik van Elisabeth heeft het door en springt van vreugde in de buik van zijn moeder. Maria brengt blijdschap. Het is geen gewone blijdschap, maar de Blijdschap van God.
Wie weet wie het baby’tje is?
(…)
Dit verhaal leert ons ook iets anders over Maria. Ze heeft net gehoord dat ze de moeder van Jezus wordt, de moeder van de zoon van God. Dat is niet niks. Maar daar doet ze niet opschepperig over. Helemaal niet. Ze denkt veel meer aan haar nicht Elisabeth. Haar tante is al wat ouder en heeft hulp nodig. Maria wacht niet en gaat meteen op weg om te helpen.

III. Geboorte van Jezus

We hoorden net over dat Maria zwanger was. Laten we nu luisteren naar het verhaal over de geboorte van Jezus.

“Ave ave ave Maria (2x)”

Jezus wordt geboren in een stal.
Maria wikkelt hem in doeken en legt hem in de kribbe.
Na een tijdje komen er herders naar het kindje kijken.
De herders vertellen aan Jozef en Maria:
“Een engel vertelde ons van dit kindje.
De engel vertelde ook hoe belangrijk dit kindje voor alle mensen op aarde is. Hij is Christus, de Heer, onze Redder.”
Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na.

***
Dit verhaal zullen we allemaal wel kennen. Het is een deel van het Kerstverhaal.
Laten we eens speciaal naar Maria kijken. Ze heeft net een kindje gekregen en dan komen de herders en vertellen grote dingen over haar kindje. Wat doet Maria?
(…)
Inderdaad : ze bewaart wat ze hoort in haar hart en denkt erover na. Zo horen we dat Maria goed nadenkt over de dingen die ze meemaakt.

IV. Simeon en Hanna herkennen Jezus
Het volgende verhaal gaat over een bezoek van Jozef, Maria en Jezus aan de tempel in Jeruzalem. Ze gaan naar de tempel om Jezus aan God op te dragen. Dit is een regel van het Joodse geloof. Dit moet gebeuren met elk eerste jongetje dat geboren wordt.

“Ave ave ave Maria (2x)”

In Jeruzalem woont een oude man, Simeon. Hij is gelovig en vroom en kan heel goed naar de Heilige Geest luisteren. Hij doet graag wat de Heilige Geest van hem vraagt. De Heilige Geest heeft hem ooit gezegd dat hij niet dood zal gaan voordat hij de Messias (de Gezalfde) zal hebben gezien. Op een dag zegt de Heilige Geest hem: “Ga vandaag naar de tempel”. Dat doet hij.

Juist op dat moment brengen Jozef en Maria het kind Jezus de tempel binnen. Simeon tilt Jezus op. Hij begrijpt dat dit kleine kindje de Messias is. Hij wordt daarom heel blij en bedankt God hardop. Hij zegt: “God, als ik nu doodga, vind ik dat niet erg meer, want ik heb de Redder met eigen ogen gezien” Jozef en Maria zijn verbaasd over de mooie woorden van Simeon over Jezus. Daarop spreekt Simeon over hen een zegen uit.

Er is nog iemand in de tempel; een profetes, Hanna. Zij is 84 jaar en weduwe. Ze is altijd in de tempel en praat veel met God in gebed. Ze gaat naar Jezus toe. Ook zij bedankt God. Ze spreekt over Jezus tegen iedereen die wacht op de Redder en bevrijd wil worden.

Als Jozef, Maria en Jezus klaar zijn in de tempel gaan ze terug naar hun stad, naar Nazaret. Jezus wordt groot en sterk en heel wijs en hij werd geholpen door God”.

***

Valt het jullie op? Maria is verbaasd over de mooie woorden van Simeon over Jezus. Wij denken wel eens dat toen de engel Gabriel bij Maria was geweest, Maria alles in één keer begreep. Maar dat is niet zo. Ze heeft toen alleen begrepen dat Jezus een kind van God was en dat zij de moeder was. Toen is zij als een moeder goed voor het kind gaan zorgen. Het is niet zo dat ze alles meteen al snapte. Stukje bij beetje hoort ze dingen over Jezus, van de herders, van Simeon, ze bewaart die dingen in haar hart. Ze denkt erover na. Ze luistert goed naar de Heilige Geest. Ze moest net als elk mens samen met de Heilige Geest de dingen gaan verstaan.


IV. Bezoek aan de tempel

We maken een sprong in de tijd. Het baby’tje Jezus is nu twaalf jaar en zonder het te willen laat Hij zijn vader en moeder, Jozef en Maria, flink schrikken. Luister maar.

“Ave ave ave Maria (2x)”

Jezus wordt al groot.
Hij wordt twaalf jaar.
Nu mag Hij met de mannen meedoen in de tempel. Hij mag voorlezen uit de Bijbel.
Maar als Jozef en Maria weer naar huis gaan, raken ze Jezus kwijt.
Ze zoeken en zoeken, maar ze kunnen Jezus niet vinden.
Ze hebben groot verdriet.
Ze zoeken overal, drie dagen lang.
Gelukkig daar is Jezus.
Hij is in de tempel.
Maria is helemaal van slag. Ze zegt:
“Kind toch wat heb je gedaan? Denk eens met hoeveel verdriet je vader en ik naar je hebben gezocht.”
Maar het lijkt wel of Jezus het niet snapt. Hij zegt:
“Hebt U naar Mij gezocht? Maar wist u dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”

***
Is je moeder jou wel eens kwijt geweest? In een winkel ofzo, toen je heel klein was? Vraag het haar maar is. Moeder (en ook vaders) schrikken daar heel erg van. En zo was het ook met Maria. Hoe komt het nu dat Jezus het niet snapt?
(…)
Jezus was in de tempel, en Hij wist het zeker: dit is het huis van God, het huis van mijn Vader. Hij voelde zich daar helemaal thuis en Hij dacht dat Maria en Jozef het ook wisten.
Maar Maria en Jozef dachten iets heel anders. Zij dachten Jezus hoort bij ons, hij moet met ons mee naar huis. Er was du swat we noemen een ‘miscommunicatie’. Ze hadden elkaar niet begrepen. Zo gaat dat , ook als Jezus de zoon van God is. Ze moeten dus naar elkaar luisteren en met elkaar praten. Wij ook. Juist ook in het geloof.

Afsluiting
Mensen worden blij als ze in contact met Maria komen. Die blijdschap van Maria komt van Jezus. Maria brengt de mensen bij Jezus. We hebben net gehoord (in het verhaal van Maria op bezoek bij Elisabet) wat Maria zelf deed met haar blijdschap voor God. Ze maakt een gedicht voor God om God te bedanken. We noemden dat gedicht het loflied van Maria of het Magnificat. We willen het vandaag bidden en we nemen daarvoor de versie voor kinderen.

Magnificat voor kinderen
(Uit: pag. 84 Veertigdagenboek van pastoor Michel Hagen)

Mijn hart klopt voor U, o God, ik ben zo blij, U mag mij altijd helpen.
U bent zo groot, ik ben zo klein, maar iedereen zegt nu:
‘wat fijn, God zag jou staan, het is een wonder’.
Ja God heeft mij gevraagd en heilig is zijn naam.
Hij is goed voor iedereen die in Hem gelooft en luistert.
Je ziet; God kan de hele wereld aan. Geen president of directeur, geen generaal of koning, geen mens kan zonder God.
God zet gewone mensen op de troon.
Geeft eten aan wie honger heeft, maar rijken moeten wachten.
God houdt zijn mensen heel dicht bij zijn hart, dat had Hij Abraham beloofd en zo zal het zijn, voor nu en voor altijd. Amen, ja, Amen.

Wat mooi hè. Dat Maria God bedankt en de woorden die ze daar voor kiest. Misschien kan jij dat ook eens doen een gedicht of gebed voor God maken! Bedankt dat je naar ons luisterde en tot de volgende keer.

Deze catechese was te beluisteren op Radio Maria (675 AM) op woensdag 30.10.2013 om 18.30 uur in het programma "Dag God met ons"
 

 

Aanvullende gegevens