Ieder van ons wordt geroepen. De kunst is om de tekenen in ons leven te zien en te erkennen. De kunst is ook om je eigen reactie onder ogen te zien.
C2019DHJ05C

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van: Sint Willibrordus (Wassenaar), H. Joannes de Doper (Katwijk) en H. Willibrord (Oegstgeest), om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Vandaag mogen we getuigen zijn van een roeping.
Petrus laat zich door Jezus omscholen tot mensenvisser.
Het is een goede aanleiding om in deze Eucharistieviering na te denken over onze eigen roeping.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.



Lezingen

E.L: Jesaja 6,1-2a.3-8
Psalm: Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8
T.L: 1 Korinte 15, 1-11 of 15, 3-8. 11
All. Vers. Johannes 8, 72
EV: Lucas 5, 1-11

Homilie

De afgelopen weken hebben we al wat roepingen gezien. We hebben gesproken over de roeping van Joannes de Doper en over de roeping en de zending van Jezus Zelf. Als God je roept, betekent dit dat Hij je heeft gezien, dat Hij je kent, liefheeft en dat Hij je wil inschakelen in zijn koninkrijk. Roeping vraagt dan ook edelmoedigheid, dat je niet meer bezig bent met je eigen koninkrijk, of het koninkrijk van deze wereld, maar met Gods Koninkrijk.

We zien vandaag die twee koninkrijken. Jezus verkondigt Gods Koninkrijk en er zijn zoveel mensen dat hij beter plaats kan nemen in een boot dan op de oever blijven staan. We zien ook het koninkrijk van Petrus. De vissers zijn in hun boten bezig de netten te spoelen. Petrus is overigens niet in een beste humeur; de hele nacht niets gevangen, dus moe en geen handel die dag. (Katwijkers weten wat dat betekent). Aan de ene kant dus die de overvloed van toehoorders die bij Jezus aandringen om zijn woord te horen en aan de andere kant Petrus met lege netten na een nacht hard werken.

Dan neemt Jezus plaats in de boot van Petrus. Het is het initiatief van Jezus. Petrus heeft nergens om gevraagd, maar Petrus gaat akkoord. Misschien ziet hij dat het inderdaad een goed plan is om vanuit de boot te preken en niet op het strand en mogelijk vind hij het ook wel een eer dat Jezus in zijn boot stapt.

Dan komt het moment dat Jezus hem vraagt naar het diepe te varen en de netten uit te werpen. Hoe is het mogelijk? Jezus bemoeit zich met zijn werk, Jezus de rabbi, de meester die onderricht geeft, vraagt hem om uit te varen en in het diepe water zijn netten uit te werpen. Het is de omgekeerde wereld.

Petrus maakt bezwaar, hij heeft tegenwerpingen: We hebben de hele nacht gevist en niets gevangen. Toch beweegt hij mee met Jezus en ze gaan. Dan volgt die enorme visvangst en dringt het bij Petrus door dat God hier aan het werk is. Zo roept hij uit: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.” Ontzetting overviel Petrus, Jacobus en Johannes en al de andere vissers. Ontzetting, je kan het je voorstellen. Maar is die reactie aan de andere kant ook niet vreemd? “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.” Je zou je ook kunnen voorstellen dat Petrus juist bij Jezus wil blijven, dat hij zijn nabijheid zoekt, juist omdat hij dat grote teken ziet. Maar nee.

Het lijkt op wat die honderdman zei toen Jezus met hem mee wilde gaan om zijn knecht te genezen: “Heer”, zei hij, “doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt” (Lucas 7,6). Dit woord zeggen wij telkens als we te Communie gaan: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt”. Het is het besef en de erkenning van Gods grootheid en onze menselijke kleinheid. Maar het lijkt ook op wat de mensen in het gebied van de Gerasenen zeiden toen een hele kudde zwijnen in het meer was gestort. Toen vroeg de bevolking van dat gebied ook aan Jezus om bij hen weg te gaan, “want zij waren door grote vrees bevangen” (Lucas 8,37). Wanneer God in je leven inbreekt, kan dit makkelijk gebeuren. Jezus is in de boot van Petrus gestapt, Petrus heeft er niet om gevraagd en nu gebeurt dit. Dat koninkrijk van Jezus en dat koninkrijk van Petrus lijken niet bij elkaar te passen. En Petrus zegt: “Heer ga weg van mij”.

Zoiets kan je bij een roeping overvallen. Je wordt gewaar dat er iets is dat groter is, dat te groot is voor jouw leven. Het kan je schrik aanjagen. Dat ervaren Petrus, Jacobus en Johannes en de andere vissers die met hen meewerken. Je kan ook het gevoel krijgen dat het niet past, ook dan houd je het liever ver van je. Toen Mozes werd geroepen, maakte hij ook bezwaren. Toen Elisa tot het profetenambt werd geroepen, maakte Elisa bezwaren. Het is geen vreemde reactie. Maar wat de reden van die bezwaren ook zijn; voor Jezus gelden onze bezwaren niet. Hij lijkt er geen rekening mee te houden. Hij roept en je bent vrij te antwoorden. Je volgt hem of niet. Volg je Hem niet, dan neemt hij je dat niet kwalijk, maar je hebt dan wel een unieke kans gemist. Volg je Hem wel, dan neemt Hij je op in zijn leerschool. Dat is overigens geen gemakkelijke leerschool, dat zien we ook in het leven van Petrus. Maar het is wel de weg waarop we gaan delen in zijn heerlijkheid.

Ieder van ons wordt geroepen. Je wordt geroepen om kind van God te zijn. Vervolgens roept Hij u en mij om ons in te zetten voor zijn koninkrijk. De kunst is om de tekenen in ons leven te zien en te erkennen. De kunst is ook om je eigen reactie onder ogen te zien. Deins je terug? Waarom? Komen er allerlei bezwaren op in je hart? Denk je, dat kan ik niet aan? Weet dan dat Petrus dit ook had en zoveel profeten voor hem ook. Op zich zegt dat niets. Het gaat erom dat je verstaat wat Jezus dan tegen je zegt:

Dat gebeurt bij Petrus, Jacobus en Johannes. Wat Jezus tegen Simon zegt, zal ook voor de andere twee gelden: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.” Wat hier gebeurt is bevrijding en roeping tegelijk. Petrus wordt bevrijd van zijn vrees, zijn angst en zijn weerstand. “Wees niet bevreesd”, zegt Jezus. En meteen begint zijn omscholing in de leerschool van Jezus: “Voortaan zult ge mensen vangen”. Vandaag mogen wij onder ogen zien hoe God ieder van ons heeft geroepen, hoe onopvallend en klein ook en hoe wij ons kunnen inzetten voor zijn Koninkrijk. Zonder vrees, met een nieuwe focus, het gaat niet meer om de vissen, maar om de mensen. Want voor de mensen is Jezus gekomen en heeft Hij zijn leven gegeven. Amen.



Voorbede

Wij bidden tot God die ons roept voor zijn Koninkrijk.

Wij bidden voor alle gedoopten, dat zij de roeping die door het doopsel heen klinkt, mogen verstaan, dat zij, geraakt door Gods Woord hun weerstanden overwinnen en ja zeggen om mee te werken aan Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze wereld, dat allen die met handarbeid of ander werk de kost verdienen, ontdekken hoe Jezus ook daar hun wereld binnenkomt, dat zij zijn roepstem horen en met Hem mee bewegen, dat zij in hun werk een bijdrage mogen geven aan Gods Koninkrijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, wij bidden in dit jaar van de roepingen om een blij en moedig besef van onze roeping. Dat we ontdekken dat roeping de vrucht is van Gods liefde voor ons en voor hen die wij mogen dienen. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; dat in de gezinnen de onbaatzuchtige liefde mag groeien die nodig is om van harte op Gods roepstem in te gaan. Dat velen mogen antwoorden op de roeping tot priesterschap, diaconaat, religieus leven en het sacramentele huwelijk. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties



 

Aanvullende gegevens