Het Rijk der Hemelen ook niet voor de mensen van een kerkelijke zesjescultuur. “Spant u tot het uiterste in …” zegt Jezus.
C2019DHJ21C

 

Eucharistieviering in de parochie van de H. Augustinus, in de kerken van: De  H. Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Willibrord (Oegstgeest) om 19.00, 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.


Welkom vooraf aan de viering

 

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

 

In de lezingen van deze zondag wordt ons hoop toegezegd, vertrouwen en hoop in een toekomst met God. Dat vraagt overtuiging en innerlijke kracht met toewijding en inzet. Hier in deze Eucharistie mogen we daarom vragen en straks gesterkt weer naar huis gaan.

 

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.

 

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.


Lezingen

 

E.L:  

 Jesaja 66, 18-21       

Psalm:         

 Ps. 117(116) 1,2

T.L:  

 Hebreeën 12,  5-7. 11-13

All. Vers.         

 Johannes 14, 6

EV:   

 Lucas 13, 22-30        

 

Homilie

Wat is de toekomst van de Kerk? In deze tijd vragen mensen zich dat wel eens af. Waar gaat dat naar toe? Wat is er straks nog over. Hier in onze parochie hebben we het plan opgevat om te zorgen dat we in 2030 nog in elk dorp een eigen katholieke kerk hebben. Maar soms zeggen mensen dat dit nog te ambitieus is, meer dan twee kerken heb je dan al niet meer nodig. Toch jouden we aan onze plannen vast, want waar hoop is, daar is leven.

 

Waar het allemaal naar toe gaat? Die vraag komt elke generatie terug. Het antwoord hangt af van de tijd waarin je leeft. Augustinus in zijn tijd zag de barbaren naar Rome trekken. Ronde de Franse Revolutie hadden velen in Frankrijk het gevoel dat dit het einde van de Kerk betekende.

 

In de eerste lezing is het niet anders, Israël in de tijd van Jesaja maakt een moeilijke periode door. De koningen zoeken steeds steun bij een ander groot en machtig land. Jesaja heeft maar één boodschap: Niet doen, klop niet aan en vertrouw niet op een vreemde mogendheid; vertrouw op God, vertrouw alleen op Jahweh. Als Jeruzalem dreigt ingenomen te worden voorspelt hij dat het niet zal gebeuren en hij krijgt gelijk. We leven dan zo’n 700 jaar voor Christus.

 

Andersom voorspelt Jezus in zijn tijd dat Jeruzalem wél zal vallen, want ze heeft de tijd niet erkend dat God genadig op haar had neergezien, de komst van Gods Zoon. Met de afwijzing van Jezus en de nieuwe weg die Hij wees, liep Jerusalem in de val die ze zelf in stand hield. In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen in puin geslagen.

 

Wat is de toekomst van de Kerk? Jezus heeft voorzegd dat de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen. Jezus belooft bij zijn Kerk te blijven zodat ze stand zal houden en niet zal vallen. Maar ook heeft Jezus ooit gezegd: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst nog geloof op aarde vinden?” daarmee geeft Hij aan dat de voortgang van de Kerk niet alleen op zijn belofte steunt, zijn belofte dat Hij zijn Kerk zal blijven steunen, maar dat het ook afhangt van onze inzet, van ons geloof, onze trouw en met name onze levenshouding, of wij de rechtvaardigheid daadwerkelijk in de praktijk brengen.
 

“Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen.” Deze aansporing van Jezus doet me denken aan die van een trainer bij de sport. Middelmatigheid is niet voldoende, gewoon meedoen, we zien wel wat het wordt, als er een hemel is, dan is dat mooi meegenomen, God is Goed, Hij is geen krentenweger. Die houding typeert een kerkelijke zesjescultuur. Daarvan weten we in onze tijd weten dat je daarmee een economie niet op de been houdt. Zo is het Rijk der Hemelen ook niet voor de mensen van een kerkelijke zesjescultuur. “Spant u tot het uiterste in …” zegt Jezus.

 

Maar, … als het dan niet lukt? Als je het geloof hebt doorgegeven aan je kinderen, maar ze doen er niets meer mee. Als je ziet dat ze wel aardig zijn voor elkaar, maar dat de huwelijken toch spaak lopen, dat de kleinkinderen het geloof niet meekrijgen, als bidden een vreemd verschijnsel is geworden, als God is vervangen door ietsisme en atheïsme, als de wereld zichzelf naar de vernieling helpt, waar haal je dan het geloof en de hoop vandaan om door te gaan, om blijmoedig te blijven, ja zelfs vrolijk?

 

Die kracht halen we hier, in de Mis, in de Eucharistie, in de Communie. Die halen we in het gebed, het rozenkransgebed, de aanbidding. Die halen we in het sacrament van de verzoening, de biecht. Daarin vinden we vergeving voor ons eigen falen, daarin ervaren we Gods barmhartigheid die ons bemoedigt. In het gebed vinden we de troost en en de inspiratie. In de Mis vinden we de kracht en de bevestiging door Gods Verbond met ons. Zo houden we stand en kunnen we net als Jesaja in de eerste lezing vooruit kijken, zoals Hij zegt: “En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave …”

 

Hier ervaren we wat Paulus in de tweede lezing zegt: “Daarom, heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, Iaat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.”

 

Hier horen we dit Woord van Jezus opnieuw: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen.” We zullen zijn Woord horen, niet als een ontmoediging omdat velen er niet in slagen, want dat zien we al volop in de wereld om ons heen, dat is geen nieuws. We hoeren het als een aansporing en als een bemoediging, want Hij heeft gezegd: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding van de tijd.” En: “Op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.”

 

De Heer van de Kerk heeft de dood overwonnen. Dat slaat alles. Zijn kracht is verrijzeniskracht. Die kracht stelt ons in staat slappe handen op te heffen en wankele knieën te strekken. Zijn verrijzeniskracht stelt ons in staat in tijden van krimp ons hoofd op te richten en vooruit te kijken naar de toekomst die in Gods hand ligt. Zijn kracht, waaraan Hij ons laat delen in de Eucharistie, in de Communie, zodat we stand houden en doorgaan in geloof, in hoop en in liefde. Amen.


Voorbede

 

Wij bidden om om geloof en vertrouwen.

 

Wij bidden voor de Kerk, om geloof en standvastigheid, om actieve goedheid en naastenliefde, dat God zijn Kerk steeds weer nieuw leven geeft, nu en in de eeuwen die nog gaan komen. (Laat ons [zingend] bidden):

 

Wij bidden voor de wereld, om inzicht in de opkomst en ondergang van de wereldse machten, om inzicht in dat wat blijft, om bereidheid Gods wijsheid te volgen. (Laat ons [zingend] bidden):

 

Wij bidden voor onze parochie en onze parochiekernen, om bemoediging in deze tijd van kerkelijke krimp, om blijdschap en goede moed, dat we de kansen benutten die God ons geeft, dat we de nieuwe generaties enthousiast verwelkomen in onze kerken. (Laat ons [zingend] bidden):

 

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen; om bereidheid tot soberheid en eenvoud, om een nieuwe levensvreugde die niet gedicteerd wordt door media en commercie, om geloof en harmonie in de gezinnen. (Laat ons [zingend] bidden):

 

Intenties

 

Aanvullende gegevens