De hemel vraagt.
C2019TP03C

Eucharistieviering in de parochie van De H. Augustinus, in de kerk van de H. Joannes de Doper (Katwijk) en de H. Willibrord (Oegstgeest) om 09.30 en 11.00 uur. A.M.D.G. - I.H.S.



Welkom vooraf aan de viering

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

Op deze derde zondag van Pasen mogen we zien hoe de leerlingen de verrezen Jezus ontmoeten. Ook wij ontmoeten de levende Heer, hier in deze viering, in Woord en Sacrament.

Vandaag zal onze pastoor Michel Hagen de celebrant zijn.



Lezingen

E.L: Handelingen 5, 27b-32 40b-47
Psalm: 30 (29) 2 en 4, 5 en 6, 11 en 12a en 13b
T.L: Apokalyps 5, 11-14
Vers: Lucas 24, 26
EV: Johannes 21, 1-19

Homilie


“Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” Verleden week heb ik herinnerd aan de vragen die de hemel of die Jezus stelt bij de verschijningen: Aan de vrouwen: “Waarom zoeken jullie de Levende bij de doden?” Aan Maria Magdalena: “waarom schreit ge, wie zoekt ge?” Aan de Emmausgangers: “Waar hebben jullie onderweg over gesproken?” Aan de leerlingen: “Waarom zijn jullie ontstelt en waarom komt er twijfel op in je hart?” En vandaag dus na een nacht vruchteloos vissen: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?”

Waarom vraagt Jezus dat? Hij wist toch wel waarom Maria Magdalena weende? Hij wist toch ook wel waar de Emmaüsgangers over spraken? Hij weet nu toch ook wel dat de leerlingen die nacht niets gevangen hebben? Wij zouden zeggen: “Hij vraagt naar de bekende weg.” Dus waarom vraagt Hij het dan?

Jezus is hier de hemelse pedagoog, de leraar, de meester. Op school wijst de juf of de meester ook niet meteen aan wat fout is, maar stelt een vraag; Heb je alle vragen beantwoord? Hoeveel is vijf maal vijf? Die vraag confronteert het kind met het verkeerde antwoord, of dat er nog een opdracht open staat. Bij pedagogie en onderwijs hoort de kunst van het vragen stellen. Zo is God ook de grote pedagoog, zo is Jezus onze pedagoog en agoog. Juist nu bij zijn verschijningen. Hij stelt vragen om onze ogen te openen.

De vragen die de hemel ons stelt en die de engelen stellen, helpen ons te ontdekken wat we tekort komen, waar onze twijfel zit, ons ongeloof, onze doofheid of onze blindheid, onze eigenwijzigheid of onze denkfouten.

Vandaag is de vraag: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” een simpele, maar confronterende vraag. In hun antwoord moeten ze de mislukking erkennen. Nee, we hebben niets gevangen. Nee we hebben geen vis. Dat antwoord geeft Jezus de kans om hen op een andere mogelijkheid te wijzen: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.”

Wanneer wij hier naar de Mis komen, beginnen we met een boete-act, een schuldbelijdenis, we erkennen onze tekorten. Of dat een tekort is aan inzet of trouw, aan liefde of aandacht, aan gulheid of geloof, aan eenvoud of oprechtheid, altijd er iets van een tekort. De hemel nodigt ons uit dat tekort onder ogen te zien en te erkennen. Nee, we hebben geen vis. Nee, ik had geen geduld, nee ik had geen zelfbeheersing, nee ik had geen aandacht voor God en mijn naaste. In het begin van de viering worden we uitgenodigd dat onder ogen te zien en te belijden, uit te spreken: Door mijn schuld. Heer, ontferm U.

Wanneer we dan blijven luisteren, in de lezingen, in de overweging en in de gebeden, dan klinkt Gods Woord als een antwoord. In Gods Woord mogen we iets ontdekken dat een antwoord is op onze tekorten. Wat ontbreekt er? Zoals de rijke jongeling naar Jezus kwam en Jezus hem zei: “Een ding ontbreekt u. Ga heen, verkoop wat je bezit, geef het aan de armen. Dan zul je een schat bezitten in de hemel.” De man is wel rijk op aarde, maar hem ontbreekt een schat in de hemel.

Maria Magdalena zocht haar Heer op aarde, maar ze moest Hem zoeken in de hemel. De Emmaüsgangers bleven maar spreken over het lijden en de dood, en dat Jezus er niet meer was. Ze moesten gaan nadenken over de verrijzenis. De leerlingen blijven maar twijfelen, zelfs toen ze Jezus zagen, ze konden hun ogen niet geloven. Ze moesten leren vertrouwen op een andere manier van kijken, een andere manier van zien en inzien. Vandaag is het ook zo.

Waarom gingen de leerlingen vissen? Gingen ze omdat de hemel dit zei of de aarde? Er is nog zo’n verhaal over een wonderbare visvangst, bij Lucas, het vijfde hoofdstuk (5, 4): “Toen Jezus zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: 'Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.' Simon antwoordde: 'Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.' Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten, dat deze dreigen te scheuren.”

Johannes vertelt het een beetje anders, maar de onderliggende boodschap is hetzelfde. We hoorden het net: “Simon Petrus zei tot de leerlingen: “Ik ga vissen.” Zij antwoordden: “Dan gaan wij mee.” Hoe kiezen wij mensen, hoe besluiten wij, waarom doen we dit of dat? Petrus zei: “Ik ga vissen.” Maar ze vangen niets. Dan komt het woord van Jezus: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.” Ze deden het en waren niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen.

Dit is het verschil tussen het koninkrijk van de mensen en het Koninkrijk der Hemelen. Het klinkt ook door in Psalm 127: “Als de Heer de woning niet bouwt, werken de bouwers vergeefs, als de Heer de stad niet beschermt, waakt de wachter vergeefs. Vergeefs staat ge op voor de dag aanbreekt en rust ge pas laat in de nacht. Gij eet na moeizame arbeid uw brood; Gods vrienden ontvangen het slapend.”

Dat laatste: “Gods vrienden ontvangen het slapend”, is misschien overdreven, want Jezus heeft eerst het kruis moeten dragen en lijden en dood doorstaan. Maar wie op Gods Woord de netten uitgooit en blijft luisteren naar zijn Woord, mag erop vertrouwen dat hij meebouwt aan Gods Koninkrijk. Amen.



Voorbede

Jezus spoort ons aan al onze noden aan God voor te leggen. Daarom bidden wij in geloof en vertrouwen.

Wij bidden voor de Kerk in deze Paastijd, dat de hemel onze geest opent voor het mysterie van de verrijzenis, dat we leren zien met nieuwe ogen, dat we in ons tekort de kansen zien voor Gods overvloedige gulheid. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze samenleving, dat we ons niet blindstaren op onze eigen oplossingen en ideeën, dat we te rade gaan bij Gods Woord; dat alle mensen van goede wil de wijsheid zoeken en vinden in Christus. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap, dat we de weg durven gaan van Petrus, de weg van de liefde waartoe Jezus ons oproept. Dat we daarin een wijsheid vinden die alle aardse kennis te boven gaat. (Laat ons [zingend] bidden):

Wij bidden voor gezinnen en alleenstaanden, voor echtparen, ouders, kinderen en kleinkinderen, dat we oog krijgen voor de hemelse pedagogie, dat we leerlingen durven blijven en zo groeien in geloof, hoop en liefde. (Laat ons [zingend] bidden):

Intenties

Aanvullende gegevens